barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Probleem 1

maandag 2 september 2013


Zwart geeft mat in 6

De hele partij zien? Klik hier.









Een nieuw seizoen …
en meteen een probleem.

De stelling komt uit een partij die in 1951 in Leningrad gespeeld werd tussen Krogius en Lisitsyn.
Al na één oogopslag valt op dat Wit zijn zinnen op de aanval heeft gezet. Al zijn stukken en drie van zijn vier pionnen zijn vervaarlijk opgerukt en als Wit nu twee zetten achterelkaar zou mogen doen, zou het mat zijn. Maar, spijtig voor Krogius, Zwart is aan zet.  Na een tweede oogopslag valt op dat de stukken van Lisitsyn uiterst sluw en actief zijn opgesteld. De Dame op e7 en de Toren op c7 verdedigen de zevende rij en loeren tegelijkertijd naar de vijandelijke Koning. Deze Koning wordt alleen beschermd door een lullig pionnetje en door een Toren die de velden c1, d1 en e1 staat te verdedigen.  Tellen we de puntenwaarde van de aanvallende zwarte stukken en van de verdedigende stukken bij elkaar op, dan wordt de stand 20 – 6 voor Zwart. Zwart kan dus wel wat missen en
speelt 1. … Txb2+; Wit moet nu nemen, anders volgt 2. …, Da3 en mat. Dus: 2. Kxb2, …;
En nu het is mat in vijf en de vraag luidt: hoe? De clubleden die zich hiermee bezighielden, vonden wel de eerste twee zetten, maar zelden het mat.  Dat kwam omdat zij mat in de hoek wilden geven. Bij deze poging zagen zij een kleinigheid over het hoofd: die Toren op f1. Die bestrijkt wel de velden
rechts  van de Koning, maar niet die ter linkerzijde. Niet de Koning moet naar a1, maar de Toren of de Dame!! Het eindspel ging dus zo:

2. …, Db4+, 3. Ka1, Da3+; 4. Kb1, Tb7+; 5. Kc2, Tb2+; 6. Kc1, Da1++. 

Probleem 6

Maandag 1 december 2012










Wit geeft mat in 4.



Een eerste beschouwing:

Omdat het mat moet worden, kijken we eerst eens of  we een matbeeld zien. Zelf  zag ik dat niet.
Wel duidelijk is dat er meteen schaak moet worden gegeven, anders slaat Zwart met schaak in op d2 en wordt het nooit meer mat, laat staan in 4.  Ook duidelijk is dat dat mat  op de Koningsvleugel gegeven moet worden en wel over de witte velden; de Loper op c3  bestrijkt immers de zwarte velden.
Verder valt op dat dat pionnetje op h7 een hinderlijk ventje is. Zouden we bijv. met de dame schaak geven op d8, dan verhindert het Tg6+.  De witte pion op f5 tenslotte zou wel eens als functie kunnen hebben dat ie bij Tg6 aan de Toren dekking geeft.

Oplossing:

Omdat schaak op d8 niets oplevert omdat Tg6 niet kan en omdat Dh6+  tot niets leidt vanwege Lg7,
blijft er niets anders over dan : 1. Pg6+, hxg6 (Kg8???; 2.Pe7+, Kf8 of h8;  3. Dg8++) ;
2. Dd8+, Kg7;  3. Txf6+, Kh7;  4. Dg8 of Dh4 mat.

Het oplosklassement;

Albert en Robbie waren de twee enige oplossers van deze avond.  Dat zijn er niet veel. Het probleem wordt wel aandachtig bekeken, maar dat leidt niet tot veel ingevulde formuliertjes.  Bij de helft die wel wordt ingeleverd, ontbreekt de naam van de inzender.  Ook geloof  ik dat ik een enkel wel volledig ingevuld formuliertje ben kwijtgeraakt. Dit alles betekent dat het nu (nog) een klein klassement is met kleine verschillen.  Het ziet er zo uit:

  1. Robbie              2 punten
  2. Albert/Fred/Paul    1 punt

Probleem 5 - maandag 26 november


Wit begint en wint.
Geef de eerste vier zetten.


Kijken we naar de stelling, dan lijkt het probleem al gauw duidelijk. Wit wil promoveren met de
a-pion, Zwart wil dat verhinderen en Wit wil verhinderen dat Zwart dat verhindert. Maar in een probleem als dit staan de stukken niet voor niets op de plaats waar ze staan.. Dat pionnetje op e2 staat er natuurlijk niet om straffeloos door de zwarte Koning geslagen te worden.
Zo simpel zijn problemen niet. 
Duidelijk is dat de witte Loper maar een ding tegelijk kan doen. In dit geval is dat er voor te zorgen dat de a-pion niet promoveert.  Dat beperkt hem in zijn verdere activiteiten. Als de Loper niet op a7 of b8 staat, of als er geen Loper meer is, dan promoveert het a-pionnetje. We gaan er van uit dat de Loper de pion kan blokkeren.
De witte Loper staat er trouwens ook niet zo maar. Dat die op diagonalen van de zwarte Loper terecht kan komen, is een aanknopingspunt.
Tot slot kijken we naar die e-pion. Daar hebben we alleen wat aan als de witte Koning niet voor de pion staat, maar ernaast (of er achter) en Wit aan zet is, of als slaan rampzalige gevolgen heeft.
Vallen deze aanknopingspunten met elkaar te combineren? Ja, dat kan. Hier volgt de oplossing.
Eerst die Loper maar eens binden.

1.a6, Lb8;  Nu de Loper maar eens aanvallen. 2. Lg3, La7;  hé, daar staan de Koning en de Loper op dezelfde  diagonaal. Hebben we in het begin van Stap 2 niet geleerd dat stukken die op dezelfde diagonaal staan gepend kunnen worden? Dat gaan we proberen!!  3. Lf2+, …. Slaat de Koning de pion, dan gaat de Loper op a7 er af, dus 3. …, Kxf2; Nu staat de Koning naast de pion op e2 en Wit is aan zet, dus daar gaat ie: 4. e4 en Wit wint.
Voor het zover is moeten er nog heel wat nauwkeurige zetten worden gedaan ( ook die Koning op h8 moet aan het werk), maar waar het mij om ging dat zijn de motiefjes en tactiekjes die de eerste vier een rol speelden: binden, opjagen naar een slecht veld (a7), pennen, demarreren. Aardig, toch?

Probleem 4

15 oktober 2012

Wit geeft mat in 4.











Aandachtige beschouwing leert ons dat Wit na e6 de partij wel zal gaan winnen, maar  Polugajevski zag dat er in zijn partij tegen Szilagyi (Moskou 1960) een elegante matcombinatie mogelijk was.
De aanwezigen in de Bonte Os (Doesburg 2012) zagen dat niet.  Wel vonden ze de eerste zet;
1.      Tg1+, Kh6  (Kh5? 2. Txg7++); Nu kan de zwarte Koning niet meer weg van de h-lijn. In kindertaal: de wachter (Tg1) houdt de koning gevangen. Nu hebben we nog een jager nodig die de Koning mat zet.
                          

Maar waar vinden we die? Zoals zo vaak helpt het om, uitgaande van het beschikbare materiaal, te kijken wat een matstelling zou kunnen zijn.  In stap 1 leren we dat aan de jeugdleden.  Naast een diagram staat een stuk en dat stuk moet zo in het diagram geplaatst worden dat het mat in één is. We halen Td7 en Lc5 van het bord en de opgave luidt: zet één van deze stukken zo neer dat het mat in één is. Nu hoef je niet lang na te denken: met de Loper lukt het niet, maar met de Toren op h3 of h4 wel. Toren d7 is dus de jager.
De vraag is nu: hoe krijg ik die Toren van d7 naar h3?
Als die verdomde zwarte Toren op d8 er niet stond, was dat vrij simpel: 2. Td3, ..; 3. Th3 mat.
Maar nu staat ie er wel! Dus moet ie weg! Hoe? Weglokken!
2.      Lf8+!!, Txf8;  en nu is de weg vrij, dus: 3. Td3 en mat op de volgende zet.

Wat mij bij het zien van deze combinatie bijna euforisch maakte, was de constatering dat genialiteit zo simpel is.  Wat mij somber stemde was de constatering dat ik zelf niet geniaal ben. En hoe komt dat nou? Dat komt onder andere – en in dit geval vooral – omdat mijn hersenen zijn vastgeroest. Ik zie die Toren in een vooruitgeschoven positie op d7 en kijk naar mogelijkheden die vóór hem (op de 8ste) of naast hem ( op de 7de rij) liggen. Dat een Toren ook achteruit mag ( Opstapje 1) komt niet in me op.
In plaats van me te storten op het zoveelste boek waarmee ik mijn tactische vaardigheden kan verbeteren, kan ik me beter inschrijven op een cursus ‘Creatief Denken’.

Probleem 3 van 8 oktober 2012


Wit geeft mat in 4











Het probleem van afgelopen maandag  leverde veel hoofdbrekens op, maar geen goede oplossingen.
Dat was niet verwonderlijk, want de opgave was lang niet zo eenduidig als ik dacht.

Kijken we naar de stelling dan vallen een aantal dingen op.
  • Zwart staat een paard en 2 pionnen voor.
  • De zwarte Toren op g8 is het enige stuk dat een aanvalsdoel heeft, de rest houdt zich bezig met verdedigen of doet niets.
  • De zwarte Koning staat nog in het centrum.
  • De witte stukken staan zeer actief.  De 2 lopers zijn uiterst gevaarlijke rakkers, de twee Torens beheersen de d- en de e-lijn en  ook de Dame staat klaar om verwoestend uit te halen.
  • Wie iets langer naar de stelling kijkt,  krijgt al gauw visioenen van matbeelden. We denken bijv. Dc7, Tc8 en de pion op d6 weg en geven mat met Td8. Of we kijken naar de andere kant en stellen ons voor dat de zwarte Koning op f8  staat of op f7 waarna Lg5 en Dg3 voor mat gaan zorgen.
  • Duidelijk is in ieder geval dat Paard  e5 de belangrijkste verdediger is van Zwart: het houdt de e-lijn gesloten en dekt de velden c6 en f7. Dat paard moet er dus af.
  1. Txe5+,
En nu zijn er diverse mogelijkheden. In de partij Mackenzie – N.N. uit 1889, waaraan deze opgave is ontleend, ging het als volgt verder:  1. …, dxe5; 2. Dxe5+, Dxe5; 3. Lc6+, Txd6; 4. Td8 mat.    

Maar intussen zijn de tijden veranderd en in 2012 heeft het gemiddelde clublid van DSG aanmerkelijk meer schaakinzicht dan N.N. in 1889. Bij het zoeken naar de oplossing werd er na 1. Txe5 dan ook niet geslagen, maar werd er naar 1. …, De7 en vooral naar Le7 gekeken en terecht.  Mat in 4 zit er dan niet meer in. Fritz leert dat na 1. Txe5 de partij verloren is en geeft een aantal varianten waaruit dat blijkt. Na 1. …, De7 is het mat in 10, na 1. …, Le7 is het mat in 18.  Het is bepaald leerzaam ze na te spelen.

Probleem van 1 oktober 2012

Maandagprobleem

Sinds twee weken staat er op de maandagavond bij binnenkomst een probleem op het demonstratiebord. Dat werkt goed in die zin dat het bijdraagt aan sociale interactie en collectieve inspanning. Het is mooi te zien hoe men als groep probleemoplossend aan de slag gaat. Toch is dit niet helemaal de bedoeling. De bedoeling is dat men het probleem individueel of in een minuscuul groepje (van 2) oplost, vervolgens de oplossing op een papiertje schrijft, in het bakje doet en dat er iets als een oploscompetitie ontstaat. Maar als het blijft functioneren zoals het dat nu doet, is dat natuurlijk ook prima.
Toch zijn er ook clubleden die stiekem en in hun eentje nadenken: tot nu toe drie. Robbie leverde als enige de oplossing van probleem 1 in, Albert en Fred deden dat met probleem 2 en alle drie deden zij dat goed.

Dit was de stelling van probleem 2

zwart geeft mat in 6
De oplossing
Het valt meteen op dat hier twee spelers aan het werk zijn die vinden dat de aanval de beste verdediging is en dat wie het eerst komt het eerst maalt. Wit dreigt snel mat te geven, maar Zwart is aan zet en die kan dus mat in zes geven. De vraag is hoe.
Wie Stap 3 met vrucht heeft bestudeerd, zal meteen de zwakte van de onderste rij opvallen en het matbeeld herkennen: Lh3 en Df1. Om dat te bereiken moeten er wel wat verdedigers worden uitgeschakeld: de witte Loper en Toren. Hierbij hoef je met uitschakelen niet per se aan slaan te denken, als ze hun verdedigende functie kwijtraken is dat ook prima.
Omdat je bij een matvoering nu eenmaal dwingende zetten moet doen en de dwingendste zet het geven van schaak is, kijken we naar manieren om schaak te geven. Dame slaat e5+ valt meteen af, Loper g2 ook, blijft over: Pf2+. Daarmee gaan we maar eens aan de gang.
…, Pf2+; 2. Lxf2 (nu is de onderste rij leeg, dus) , Td1+; 3. Lg1, Txg1+ (verdediger uitgeschakeld); 4. Kxg1, Ld4+ (Koning moet terug in zijn hok, Tf4 verliest zijn verdedigende taak, net als het Paard dat naar voren wordt gelokt); 5. Pxd4, De1+; 6. Tf1, Dxf1

Probleem van maandag 24 september 2012




Zwart begint en wint ...











Oplossing
Wit staat een stuk voor, maar de Damevleugel is niet ontwikkeld en dat Paard op a3 staat daar niets te doen.
Zwart staat dus een stuk achter, maar dreigt met aftrekschaak en zelfs met aftrekdubbelschaak. Dat is mooi natuurlijk, maar de vraag is: ‘Waar gaan we met het Paard naartoe?’ Je hoeft niet diep te rekenen
om in te zien dat, waar dat Paard ook heengaat, het nergens met enige kans op succes een vijandelijk stuk aanvalt. En met dubbelschaak kom je ook niet verder dan herhaling van zetten.
Intussen hebben we natuurlijk gemerkt dat je alleen via dubbelschaak kan voorkomen dat Wit met
Pe6xc5 de angel uit de aanval van Zwart haalt. Dus:

1.      …, Txe6; 2. fxe6,

Zwart heeft nu een verdediger opgeruimd. Bovendien heeft de zwarte Toren nu ook de mogelijkheid om via de h-lijn actief te worden. Wie de tactische thema’s van Stap 2 en 3 kent en zich de onderdelen ‘lokken’ en ‘het verschaffen van toegang’ herinnert, zal al snel een visioen van een matbeeld krijgen. Die h-pion moet weg, de witte Koning naar h1 en dan is het na Th5 mat. Valt van dit visioen harde werkelijkheid te maken?  Wel wis in drie!

2.      …, Pe4+; 3. Kh1, Pg3+; 4. hxg3, Th5++.


Probleem van maandag 30 mei, ronde 13












Wit geeft op de vierde zet mat


Het eerste wat ik dacht toen ik naar deze stelling keek was; “ Als dat Paard op e8 daar niet stond, was het mat in één. Dat Paard moet dus weg.”  Dat bleek , bij nader inzien, makkelijker gedacht dan uitgevoerd. Het matveld is dus niet h7. Bij nadere beschouwing viel de geweldige positie van de witte Lopers op. Loper b2 kijkt door de witte Toren heen naar g7 en h8, Loper d3 is, al staat er nog wel wat in de weg, gericht op h7. Verder viel op dat als Toren e5 op h5 zou staan, mat een fluitje van een cent zou zijn. Helaas staat Paard f5 in de weg. Dus;
1.Pe7+, Dxe7;  Nu faalt meteen Th5 op f6; directe achtie en grof geweld is hier nodig!
2.Dxh7+, Kxh7; (de h-lijn wordt geopend en de Koning wordt in een penning gelokt)
3.Th5+, Kg8; 4. Th8 mat. (Spielmann – Hönlinger, Wenen 1929)

Ook deze week was Paul de enige die de goeie oplossing had ingeleverd. Met nog een ronde voor de boeg, is dit de stand:

Stand:
1           Paul                     7 punten
2           Joop                     6 punten
3           Albert                   4 punten
4/5         Patrick en Robbie        2 punten
6 t/m 8     Ben, Chiel en Emile      1 punt


Het probleem van maandag 23 mei. ronde 12











Wit geeft mat in 6.



Voor wie, zoals Paul, van strenge en zuivere logica houdt, was dit een fraai probleem.




Al gauw moet duidelijk zijn dat zolang die Toren op h8 de achterste rij beheerst, er geen mat gegeven kan worden. Die Toren moet dus worden verjaagd of worden uitgeschakeld.
Ook zul je al gauw merken dat je met het geven van schaak ook niets opschiet. Er moet dus een dwingende, dodelijke dreiging worden gevonden. En dan blijft er nog maar een zet over:
1. Lc8!, en er dreigt mat op de volgende zet. Nu is er maar een manier om deze dreiging het hoofd te bieden: 1. …, Txc8;  en zo is de Toren naar een veld gelokt waar hij staat aangevallen door de Dame op c6. Als we nu zijn verdediger, de Koning, kunnen weglokken, dan gaat die Toren er aan. 2. Ta8+, Kxa8; 3. Dxc8+, Tb8;. Het slot van de combinatie vind ik zelf bijzonder fraai door de simpelheid er van. 4. Dc6+, Tb7; 5.Da4+, Kb8; 6. De8 mat!

Omdat alleen Paul de goeie oplossing inleverde, zal, met nog twee avonden te gaan, pas op de laatste avond duidelijk zijn wie zich probleemoplosser van het jaar mag noemen. Joop, of Paul.

Stand:
1/2                 Joop en Paul                      6 punten
3                   Albert                            4 punten
4/5                 Patrick en Robbie                 2 punten
6 t/m 8             Ben, Chiel en Emile               1 punt

Probleem van 16 mei, ronde 11


Wit geeft in 4 zetten mat.












Dit soort stelling kom je wel vaker tegen. De weg naar mat is tamelijk standaard.
Eerst wordt de Koning naar voren gelokt. Daarna zijn er twee mogelijkheden.
A: De Toren op de achterste rij valt de Koning in de rug aan en geeft mat,
B: Er wordt mat gegeven met g3-g4.
Voorwaarde voor een geslaagde toepassing van deze tactische motieven is natuurlijk wel dat mogelijke vluchtvelden worden afgesneden.
In het probleem van 16 mei speelt alles wat hierboven beschreven staat een rol.
We beginnen maar eens met het naar voren lokken van de Zwarte Koning.
1. Dg5+, Lxg5; 2. hxg5+, Kh5;  Nu zou g3-g4 al mat zijn, ware het niet dat de zwarte Dame op c3 de g-pion pent. Of die Zwarte Dame moet daar weg, of we proberen het met een Torenaanval in de rug.
3. Th8, …; nu dreigt mat in 1. Er is maar een manier om dit te verhinderen: 3. …, Dxh8;
Nu is de Dame weg van de derde rij en volgt er 4. g4 mat.
Paul en Joop leverden deze afwikkeling ook in.


Stand:

1:       Joop                 6 punten
2:       Paul                 5 punten
3:       Albert               4 punten
4/5:     Patrick en Robbie    2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile  1 punt

Probleem van 2 mei, ronde 10


Wit geeft mat in drie of vier












Zoals dat gebruikelijk is  geworden,  gaf ook deze opgave weer aanleiding tot veel
gepieker, discussie en trial and error. Wat de eerste zet zou moeten zijn, was voor een ieder duidelijk.
1.     Txh6+,
Nu zijn er voor zwart twee mogelijkheden: met de pion slaan of met de Koning. Dat het slaan met de Koning tot mat moest leiden, zag een ieder wel in. Maar niemand keek verder hoe dat dan in de praktijk zou moeten. Ik geef eerst deze variant en noem hem A.

A: 1. , Kxh6; 2. Dg5+, Kh7; 3. Dh4+, Kg6; 4. f5 mat.

Aller aandacht richtte zich dus op het slaan met de pion. Maar welke variant men ook probeerde, alles liep stuk op 2. …, Dg7. Totdat, heel laat op de avond, bij Paul het licht doorbrak. “Dat Paard op f6 moet daar weg”,  en het klonk alsof het orakel van Delphi
tot ons sprak, ‘want dan komt Loper b2 erbij.’ En zo was het maar net. Weglokken van een verdediger, het openen van lijnen, pennen, bijna altijd draait het bij stellingen die aan concrete partijen zijn ontleend om een van deze tactische wendingen of een combinatie daarvan. Volgt nu de oplossing van Paul die ik ter zijner ere P zal noemen.

P. 1. …, gxh6;  En nu moet dus dat Paard op f6 weg. Dat doen we niet door het te slaan en ook niet met Lg8+, maar met het vrij geniale 2. Dg8+, Pxg8 (gedwongen);  Loper b2 bestrijkt nu de zwarte velden, het Paard op g8 ontneemt de eigen Koning een vluchtveld en zo is
het mat na 3. Lf5.
Aardig, nietwaar?

Stand:

1:          Joop                           5 punten
2/3:        Albert en paul                 4 punten
4/5:        Patrick en Robbie              2 punten
6 t/m 8:    Ben, Chiel en Emile            1 punt

Probleem van 4 april, ronde 9


Zwart geeft mat in 4












Aangezien aan mat meestal wat schaakjes voorafgaan, lag de eerste zet voor de hand.

1.     …, Dh2+; 2. Kg4, f5+; (een bekend motief: de Koning wordt uit zijn tent gelokt en op slinkse wijze het vijandelijke kamp binnengeloodst). Nu kan Wit natuurlijk Dxf5 spelen, maar de opgave was niet ‘Wit gooit er op de derde zet een wanhoopsoffer tegenaan, maar “Zwart geeft mat in 4. Dus: 3. Kg5,  Dxg2+; . Ook nu kan, ik geef het toe, Wit kiezen voor uitstel van executie met de zet Kf4, maar  als je van de schoonheid van schaken houdt en een beetje vent bent, neem je dat Dame-offer aan en speel je 4. Dxg2 en geniet je van 4. …, Le3 mat.

Het oplossen van de opgave werd deze avond vooral als een collectieve uitdaging gezien. Alleen Joop leverde een goed ingevuld formuliertje in.

     Stand:

1:       Joop                      5 punten
2:       Albert                    4 punten
3:       Paul                      3 punten
4/5:     Patrick en Robbie         2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile       1 punt

Probleem van 14 maart 2011, ronde 8

Dit was nou weer eens een probleem zoals men dat graag heeft: eenduidig, geen afleidende varianten, recht op het doel af.
De stelling zag er zo uit:

Zwart geeft met zijn vierde zet mat.












De eerste zet ligt voor de hand: 1. …, Te1+; . Heffen we dit schaak op met 2. Pf1, dan gaat Wit op de tweede zet al mat en dat was de opgave niet. Wit speelt dus 2. Kh2.  Hier staat de Koning mooi en dat is de bedoeling niet. Voor het vervolg duiken we in de doos met tactische motieven en halen er, na enig nadenken, de motieven “lokken” en “penning’ uit.
Dat “lokken” vind ik zelf een van de aardigste tactische thema’s. Vooral de gedachte erachter spreekt me zeer aan: “Als je vindt dat een stuk op een veld staat waar het je hindert of  niet bevalt, moet je het op dat veld zien te krijgen waar je het wel graag hebt. Ook in het dagelijks leven is dit trouwens een inzicht waar je je voordeel mee kunt doen.
Dus: Die Koning moet weg van het veld waar ie veilig staat en we willen hem daar hebben waar ie op de tocht staat. 2. …, Th1+, 3. Kh1;  Nu staat pion g2 diagonaal gepend en zoals we weten is een gepend stuk een slechte verdediger. 3. …, Dh3+;  4. Kg1, Dxg2 mat.

Voor Joop, Albert, Paul, Patrick en Ben was deze opgave geen probleem en dat levert als stand op.

1/2    : Joop en Albert                4 punten
3      : Paul                          3 punten
4/5    : Patrick en Robbie             2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile           1 punt

Probleem van 7 maart 2011, ronde 7











Wit zet in 4 zetten mat.


Een snelle blik leert ons dat het mooi zou zijn als de witte Dame naar g7 zou kunnen en
de Toren eventueel naar h8.  Een matbeeld dat zich opdringt: de Koning moet naar voren en door middel van een aanval in de rug worden matgezet. Maar beide velden worden verdedigd door de zwarte Dame en zolang die daar staat valt er in die hoek niets te pielen.
Die Dame moet daar dus weg.
In de partij Cortlever – van der Weide (Beverwijk 1968) werd gespeeld::

1.Tf3 (verjagen van de Dame), Dxf3; 2. Dg7+, Kh5 (daar gaat ie al);  3. Dxg6+, hxg6
(h-lijn open en de eigen pion ontneemt de Koning een vluchtveld) 4. Th8 mat.

Critici die dit niet dwingend vonden hadden dit keer gelijk. Na 1. .., Txg2; 2. Kxg2, Le4;
is het geen mat in 4 maar haal je de winst pas na een zet of 25 binnen. Sterker dan
Txg2 is waarschijnlijk De6. Ook dan is de kans groot dat Wit wint, maar een makkie is het niet.
Het zou dus beter geweest zijn als ik de stelling  na de eerste zet van Wit en Zwart had gegeven en de opgave had geluid: Wit maakt in drie zetten mat.
Bij volgende opgaven zal ik nog alerter zijn op het dwingende karakter van de eerste zet.
Gezien het bovenstaande is het verrassend dat er bij de ingeleverde oplossingen toch nog twee goeie zaten, die van Albert en die van Patrick.  Dat levert de volgende stand op:

1/2    :   Joop en Albert                   3 punten
3/4    :   Paul en Robbie                   2 punten
5 t/m 7:   Chiel, Emile en Patrick          1 punt

28 februari, ronde 6

Het probleem van maandagavond 28 februari was eenvoudiger dan het leek.
De hele avond werd er tussen de rondes van het rapidkampioenschap door
gepiekerd en overlegd. De stelling werd op een bord opgezet en variant na variant werd bekeken. Helaas, alles zonder resultaat. Aan het eind van de avond was er geen enkele
oplossing ingeleverd.

Dit was de stelling:











wit aan zet wint


Het aardige van dit probleem is dat de oplossing ervan een beroep doet op iets wat bij de doorsnee schaker dun gezaaid is: creativiteit, de frisse blik, de durf om de gebaande paden te verlaten. Je kijkt naar de stelling, je ziet die pion die op promoveren staat en al het denken wordt meteen op dit kenmerk gericht: Dame halen, want met een Dame er bij is het natuurlijk gewonnen voor Wit.
Twee andere kenmerken van deze stelling worden dan over het hoofd gezien.
Ten eerste: als de pion van Wit en de Toren van Zwart er af gaan, is het ook gewonnen voor Wit.
Ten tweede, en dat is opmerkelijker, de positie van de witte Koning en Toren wordt buiten beschouwing gelaten. Niemand die op het idee kwam “Hé, staan die niet zo dat er nog lang gerokeerd kan worden?”
De oplossing is dus:

1. d7, Kc7;  2. d8D+, Kxd8; 3. 0-0-0+  en na een zet van de zwarte Koning volgt 4. Kxb2.



21 februari 2011, ronde 5

Het probleem van 21 februari.

De opgave was net iets ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht leek.
Dit was de stelling:












Wit aan zet mat.



De oplossing:

Zwart dreigt met mat middels Dg1. Er moet dus drastisch worden opgetreden. Alleen
schaakjes helpen en dan alleen als zij tot mat leiden.  Dat lijkt niet moeilijk.
1. g4, Kh4; 2. g3 mat. Maar dat is fout. Er volgt: 2. .., Dxg3; 3. Kxg3, Tg1 en de witte Dame valt.
Zo moet het wel:
1. Txe5+, fxe5; 2. g4+, Kh4, 3. De7+ (daarom moest die Toren van dat veld!), Dg5; 4. g3++.

De enige die deze zettenreeks in zijn geheel gevonden heeft, is Robbie. Dat levert de volgende stand op:

1.                 Joop                          3 punten
2 t/m 4: Albert, Paul, Robbie          2 punten
5 t/m 6: Chiel en Emile                1 punt.


Het probleem van deze avond kwam uit een partij tussen de oud-wereldkampioen bij het vrouwenschaak Gaprindashvili – Veröci (Belgrado 1974).  In die partij ging het anders dan ik
hierboven heb beschreven. Waarschijnlijk bevreesd voor de dreiging Dg1 mat, was Gaprindashvili tevreden met remise. 1. Dg4+, Kh6, 2. Dg7+, Kh5; 3. Dg4+ etc.

Probleem van 14 februari, ronde 4










wit geeft mat in 4



Vaak is het handig om bij het oplossen van dit soort problemen achteraan te beginnen.
Dus: wat zou de matstelling kunnen zijn. Met die pion op g6, de twee paarden daarachter en een zwarte koning die alleen naar g8 kan, is dat niet moeilijk te vinden.  Kon je schaak geven met Pe6, dan moet de koning naar g8 en dan volgt Ph6 mat.  Maar helaas wordt Pe6 verhinderd door de Dame op b6 en Ph6 kan niet vanwege die Loper op g7. Die stukken moeten dus van die velden weg.

Oplossing:
1.
Dxb6, axb6 ( je kunt natuurlijk die Dame niet slaan, maar wat moet je anders?) De eerste machtige verdediger is uitgeschakeld. Nu is het zaak de Loper er toe te dwingen de   dekking van veld h6 op te geven.
2.
Th8+, Lxh8  (uitschakelen en weglokken van een verdediger zijn tactische middelen die je bij Stap 2 leert toe te passen). De obstakels zijn opgeruimd en het geven van mat is nu een koud kunstje.
3.
Pe6+, Kg8; 4. Ph6 mat.

Probleem van 7 februari 2011, ronde 3

Wit zet en wint













De oplossing was niet heel moeilijk en werd door alle inleveraars van het invulbriefje foutloos gevonden.

1. Pg5, f1D+;  2.Pf3+, Kh3;  3. Th5+, Kg2;  4. Th2 mat.

Stand:
1.       Joop                       3 punten
2 en 3:  Paul en Albert             2 punten
4 t/m 6: Chiel, Emile en Robbie     1 punt

Probleem van 31 januari 2011, ronde 2

De opgave was niet heel moeilijk en door het geringe aantal stukken dat op het bord stond, diende de oplossing zich bijna vanzelf aan.

Dit was de stelling.











Wit zet en wint         

Dit is de oplossing.
1. g4+, fxg4+, 2. Pxg4+, Dxb5, 3. Pf6 mat.

Een paar slimmerds vonden een aardige variant.
1.  g4+, fxg4+, 2. Pxg4+, g5,  3. De8 mat
Na twee avonden is de stand:

1 en 2:   Joop en Paul              2 punten
3 t/m 5:  Albert ,Robbie en Chiel:  1 punt

Probleem van 24 januari 2011, ronde 1

Zwart aan zet wint












Probleemcompetitie aarzelend op gang.

Afgelopen maandag (24 januari) begonnen we met een competitie Oplossen van Problemen. Vanaf die datum tot aan het eind van het seizoen zal er aan het begin van elke clubavond een probleem aan ons demonstratiebord hangen.
Goede oplossingen worden beloond met 1 punt, de oplosser met de meeste punten krijt een fles wijn.
Afgelopen maandag hadden slechts drie aanwezigen een oplossing op het daarvoor bestemde formuliertje genoteerd.
Naast onwennigheid zal ook een rol hebben gespeeld dat het probleem meer een partijstelling was die moest worden uitgespeeld dan een probleem.
Maar al doende leert men en vanaf nu kunnen jullie heuse echte problemen verwachten.
Van de drie oplossingen waren er twee die de goede eerste zet hadden gevonden en daarom ziet het klassement er na één speelavond als volgt uit:

Joop en Paul:    1 punt.
De rest:         0 punt.