barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Probleem 16


Wit begint en het eindigt met mat.

(J.Sanchez – P. Pascal, Montpellier 2005)









Dat Sanchez een gevaarlijke aanval heeft over de diagonaal a1 – h8 is wel duidelijk. Dat hij een paar pionnen achter staat is dat ook Hij zal dus snel moeten toeslaan en de vraag is: hoe? Degenen die probeerden hierop een antwoord te vinden, beten zich allemaal vast in 1. D:e6, f:e6. Maar Pascal heet natuurlijk niet voor niets zo, die is niet gek en slaat niet (hij ziet ook wel dat er dan mat in 6 inzit) maar speelt 1. …, Tg7. Dan staat ie weliswaar verloren, maar als ie uit hetzelfde hout als bijvoorbeeld Chiel is gesneden, dan moeten er nog heel wat zetten worden gedaan om de buit binnen te halen.
Wat helpt, is als je in je hoofd een beeld van standaard matposities hebt zitten,  als je je uit Stap 3 de verwoestende werking van aftrekschaak herinnert en dat de kortste weg naar de Koning via het opruimen van zijn verdedigers loopt (het forceren van toegang).. En de sleutel ligt bij de beroerde positie van de Koning van Zwart, die, daartoe gedwongen alleen naar h8 kan, waar hij onder vuur van Loper c3 komt te liggen.en weer terug naar h7 moet.
1.D:e6 was dus de zet niet.
Maar wat te denken van 1.D:f7+ ?  Na 1. .., L:f7; 2. T:7,  is 2. .., Tg7;  gedwongen en na
3. T:g7+, Kh8;  kunnen we af gaan trekken, waarbij de zwarte Koning van tussen h7 en h8 op een neer wordt gejaagd. Omdat we de 7de rij hebben leeggemaakt, komt er een moment dat Td7 mat moet zijn. De oplossing in zijn geheel:
1D:f7+,  L:f7; 2. T:f7+, Tg7; 3. T:g7+, Kh8; 4. T:g6+, Kh7;  5. Tg7+, Kh8; 6. Tg3+, Kh7;
7. Td7#

Oplosklassement:
1        Henk 6 punten
2        Tony 4 punten
3.       Joop 3 punten
4  en 5 Albert en Robbie     2 punten
6        Joke 1 punt

Probleem 15


V.Lazarev – N.Friedrich, 
Cattolica 2005


Wit begint.






Wat is hier aan de hand? De Dame van Lazarev staat aangevallen en gepend en dat is hinderlijk. Daartegenover staat dat de Loper op c2 en de Dame op e6 de witte velden rondom de Koning van Friedrich beheersen. Bovendien staat daar op h4 nog een Paard dat, wanneer de Koning op een zwart veld staat, hem naar een wit veld kan jagen waar hij weer onder vuur van Loper of Dame komt te liggen. Aldus denkend dient zich een patroon aan: schaak, aftrekschaak, schaak enz. Laat ons dat eens proberen.
  1. Pg6+, Kh7;  (nu moet het Paard zo worden weggespeeld dat het na 2. .., Kh8, opnieuw schaak kan geven) 2. Pe5+, Kh8;  3. Pf7+, Kg8; (nu ligt de Koning onder vuur van de Dame, dus:) 4. P:h6++; Kh8  (4. …, Kf8; 5. Df7#);  en nu doemt het matbeeld op  waar iedere schaker van droomt en dat in een schakersleven zelden of nooit voorkomt: 5. Dg8+!  En hoe Zwart de Dame ook slaat, er volgt altijd 6. Pf7#.

Fraai, zo’n paardendans, … feestelijk, zo’n stikmat!

Oplosklassement:
1        Henk                 7 punten
2  en 3  Tony en Joop         4 punten
4  en 5  Albert en Robbie     2 punten
6        Joke                 1 punt

Probleem 14


Het probleem van 13 februari 2017

Van Kemenade – S. James,  British League 2006/7

Wit begint. 

Geef de eerste vier zetten






Je hoeft niet lang naar deze stelling te kijken om in te zien dat 1. Pf6+, L:f6; 2.D:f6, .. ; op de volgende zet mat is. Maar helaas, op d7 heeft Zwart een Paard staan dat deze eenvoudige matvoering verhindert. Maar wat een bof: dat kunnen we er met Td5:d7  aframmen. Maar dan slaat Zwart de Toren met zijn Paard en is veld f6 weer verdedigt. Maar ons geluk kent geen grenzen, deze nieuwe verdediger schakelen we uit met td1:d7 en daarna kan niets ons meer verhinderen om handenwrijvend van plezier de  hierboven al aangekondigde matvoering te realiseren. 
Dus:

  1. T:d7, P:d7; 2. T:d7, T:d7 (of D:d7); 3. Pf6+, L:f6; 4. D:f6  en mat is onafwendbaar, zoals Henk terecht noteerde.
Oplosklassement:
1        Henk 6 punten
2        Tony 4 punten
3        Joop 3 punten
4, 5     Albert en Robbie     2 punten
6        Joke 1 punt

Probleem 13 van 30 januari 2017


Wit begint en wint.


J. Sohier – Fleurent, 

Parijs 2002





Iedereen die matbeelden herkent en zich van Stap 2 de aftrekaanval nog herinnert, zal al snel kijken naar wat de gevolgen zijn van 1. D:h7+, K:h7; 2. h:g6++.  Onze Dame zijn we nu kwijt, maar twee verdedigers zijn opgeruimd en Td3 staat klaar om ten aanval te trekken.
Speelt Zwart nu 2. .., K:g6; dan leidt 3. Tg3+, Kf5; 4. Tf1 tot mat. Die Florent is dus niet gek en in plaats van pion g6 te slaan, trekt hij zich terug naar g8.
We hebben dus: 1. D:h7+, K:h7; 2. h:g6++, Kg8.; . Hoe nu verder?  3. Th8 is niks en Torens verdubbelen lukt net niet: 3. Tdh3, Lg7; 4.Th7, f:g6; 5.T:g7+, D:g7; 6.f:g7, K:g7; en Zwart staat beter. Deze variant mislukte dus omdat de enige overgebleven verdediger, Lf8, roet in het eten gooide. Die Loper moet dus worden uitgeschakeld of ontwapend. Lukt dat niet, dan kunnen we de Dame in plaats van te offeren beter terugtrekken. Dan kijken we nog naar een andere kandidaat zet: 3. g7.  We vallen de Loper aan en dreigen mat op h8. Met  3. . .., L:g7 begeeft de Loper zich na 4. Tg3 in een penning en nu is er geen ontsnappen meer aan mat. Wat Zwart ook speelt, er volgt T:g7+ en Th8#.
Samengevat: 1.D:h7+, K:h7; 2.h:g6++, Kg8; 3. g7, L:g7; 4. Tg3, Kf8; 5. T:g7, ?; 6. Th8#.

Oplosklassement:
1  Henk 6 punten
2  Tony 4 punten
3  Joop 3 punten
4  en 5 Albert en Robbie 2 punten
6  Joke 1 punt

Probleem 12 van 9 januari 2017



Sutovsky – Smirin, 

Tel Aviv, 2002


Wit begint.





Je oog hoeft niet heel geoefend te zijn om te zien dat de stelling van Zwart vrij beroerd is.
Paard h7 kan niet spelen, Paard a5 staat niets te doen, Toren a8 moet nog in het spel worden gebracht. Al heeft hij dan een Paard meer, in feite speelt Smirin met drie stukken minder.  Behalve het snoepen van een of twee pionnetjes, is er weinig voor hem om naar uit te kijken.
Dan zal die Sutovsky meer genieten van de stelling en vooral van de positie van zijn Paard, dat vanuit f5 de zwarte velden voor de Koning beheerst. Zijn grootste probleem lijkt me een keuze te maken uit de diverse winstvoeringen: c3 (om de diagonaal van Dame b2 te onderbreken) wint, Th4 wint. Met deze constatering zou je tevreden kunnen zijn, maar zo niet Sutovsky, want die zag dat er mat in de stelling zit en wel hierom.  
We kijken eerst wat die stukken van Wit staan te doen. De Dame staat klaar om op h7 in te slaan (het forceren van toegang), Torene4 staat klaar om naar de h-lijn te gaan, de Toren op f1 beheerst de  f-lijn en dekt Paard f5 en Paard f5 ontneemt de Koning het vluchtveld g7.
Dit alles geeft aanknopingspunten. Het is duidelijk dat na 1. D:h7+, K:h7; 2. Th4+,  de Koning alleen naar g6 kan. En na Th6+, dat het vluchtveld f6 afsluit, wordt de Koning verder het vrije veld ingejaagd. Dus: 2. .., Kg6; 3. Th6+, Kg5;  Nu ligt de Koning binnen het bereik van pion h2 en na h2 – h4+, raakt de Koning steeds dieper in vijandelijk gebied verzeild.en moet naar g4. Wat je, om je Dameoffer te rechtvaardigen, moet zien is dat je met h2 – h4 niet alleen naar voren lokt, maar ook de terugtocht afsnijdt. Zie je dat, dan is de rest niet moeilijk meer. 4. h4+, Kg4; 5. Pe3+, Kg3; 6. Tf3#

Oplosklassement:
1  Henk                           6 punten
2  Tony                           4 punten
3  Joop                           3 punten
4  en 5 Albert en Robbie          2 punten

6  Joke                           1 punt

Probleem 11 van 2 januari 2017


Zwart begint en wint.












E. Peralta -  Roselli,

Montevideo  2001







Zo opgesloten door de eigen onderdanen als de Koning op h1 is, dat zie je normaliter alleen bij revoluties. Dat is heel treurig voor zo’n Koning. Deze wordt bovendien nog bedreigd door de voorste linie van de vijand (Dame, Loper, pion g3), terwijl daarachter de cavalerie klaar staat om aan het gevecht deel te nemen. Dit alles ziet er dus gunstig uit voor Roselli. Toch zal hij haast moeten maken, want Peralta staat klaar voor een tegenoffensief.
Nadere beschouwing van de stelling leert ons al snel dat de stukken die de frontlinie van zwart vormen, niet voldoende zijn om er mat van te maken. Daarvoor zijn hulptroepen nodig en dat moeten de Paarden op g6 en h7 zijn. Maar die staan een behoorlijk eind van het strijdgewoel verwijderd. Bovendien worden de velden waar ze naar toe moeten al ingenomen door medestrijders. Dit alles leidt tot de conclusie dat de Koning van Wit uit zijn gevangenis de vrije ruimte in moet worden gelokt en dat loper h3 en Dame h4 daar weg moeten. We zullen of deze conclusie juist is.
  1. .., Lg2+, 2. K:g2,  Dh3+; 3. K:h3 (3.Kh1, g2#),  Pg5+, 4. Kg2, Ph4+; 5. Kh1, g2#.
 Jawel, dus. Fraai, dat Dameoffer op de tweede zet en fraai, zo’n rijtje logische maar dodelijke zetten.

Oplosklassement:
1  Henk                             6 punten
2  en 3  Tony en Joop               3 punten
4  en 5 Albert en Robbie            2 punten

6  Joke                             1 punt

Probleem 10 van 12 december 2016


Zwart begint.

Dit probleem werd niet makkelijk gevonden. Ook collectief kwam men er niet uit. Dat komt, denk ik, omdat er, na de sleutelzet, diverse wegen naar Rome leiden. Die wegen werden wel gezien, maar niet ver genoeg bewandeld.



We kijken naar de stelling. Alle stukken van Zwart zijn betrokken bij een aanval op de witte Koning, wat er te mobiliseren valt, is gemobiliseerd. Het is dus tijd om toe te slaan. De vraag is: hoe?  Omdat 1. .., Lc8 faalt op 2. d5,  en omdat er na een paardzet Torens worden geruild, ligt het voor de hand te kijken naar wat Dame h3 kan aanrichten. 1…, D:g2+; 2. T:g2 lijkt tot niets te leiden, blijft over: 1. .., D:h2+.  Het tactisch geschoolde oog zal nu, hoe Zwart ook antwoordt: 2. T:h2 of 2. K:h2 of 2. Kf2 diverse mogelijkheden tot het geven van aftrek- of dubbelschaak in de stelling geven. Om te weten of het Dameoffer correct is, moet je dus drie varianten berekenen. Daar gaan we.
  1. …, D:h2+; 2. K:h2, Lf6 (e7, d8)+; 3. Kg1, Th1:; 4. Kf2, Tf1#; 
  1. …, D:h2+; 2. Kf2, P:e4++; 3. Ke2, P:c3+; 4. Kf1, Dh1+; 5. Tg1, D:g1#
                                                    3.Kf1, Dh1+; 4. Ke2, Pc3#
1.   …, D:h2+; 2. T:h2, Pe2++; 3. Kf1, Tg1+; 4. K :e2, Te1#;.

We kunnen dus met een gerust hart inslaan op h2. 

Oplosklassement:

1        Henk                        5 punten
2        Tony                        3 punten
3 t/m 5  Albert, Joop en Robbie      2 punten

6        Joke                        1 punt

Probleem 9 van 28 november 2016


Wit begint.


G. O’Toole – A. McCumiskey, 

British Leaque 2005/6






De Koning van McCumiskey staat er beroerd voor. De witte velden zijn taboe voor hem, de zwarte velden worden hem door de eigen stukken ontnomen. Zijn bewegingsvrijheid is beperkt tot een uitstapje naar h8.
Nu is veld h8 precies het veld waarop we de Koning willen hebben, want daar staat hij bloot aan een aanval met Paard en Dame. Stap 3 begint met een hoofdstuk dat gewijd is aan het thema ‘Aftrek- en dubbelschaak: jagen en lokken. Hier zien we er een toonbeeld van:
jaag of lok de Koning naar het veld waar ie heen moet, , vorm een batterij, vuur met dreiging het kopstuk af en geef schaak met het staartstuk, en zet daarna de Koning mat. Toegepast op bovenstaande stelling: De Loper jaagt de Koning naar h8, met Pf7+ vormen we een batterij en dan spelen we Ph6 met dubbelschaak en  dan moet het wel zo’n beetje afgelopen wezen. Laat ons zien.
  1. Lf5+, Kh8; 2. Pf7+, Kg8; 3. P:h6++, Kh8;
 en hier aangekomen zien we een andere bekende combinatie opdoemen: Koning in de hoek, een Dame en een Paard die allebei het veld daarnaast bestrijken, een Toren die na Dameschaak op g8 zijn Koning nog steviger in de hoek drukt, als dat geen stikmat wordt ga ik maar eens kijken of er op de maandagavond ook ergens gebingood wordt. 
4. Dg8+, T:g8; 5. Pf7 stikmat.

Oplosklassement:

1         Henk 5 punten
2         Tony 3 punten
3 t/m 5   Albert, Joop en Robbie 2 punten
6         Joke 1 punt

Probleem 8 van 14 november 2016



Wit begint en wint. 


Salido Paulo – J. Auvray,  

Europees kampioenschap voor meisjes – 14 jaar




Tegenover  vier geduchte aanvallers moeten een Paard en een paar pionnen zien stand te houden. Dat kan natuurlijk nooit goed aflopen voor Zwart en dat doet het dan ook niet.
Wie met succes Stap 3 heeft doorgenomen, zal al snel de tactische wending ‘mat door toegang’ herkennen: je hakt de pion voor de Koning van het bord en valt aan via de lijn die daardoor geopend is. Verder zal opvallen dat de kans vrij groot is dat er met de Dame op h7 mat gegeven kan worden.  Om dat te bereiken moet of pion h5 weg of de Dame moet om deze pion wandelen. Bovendien moet dat Paard op f6 daar weg.
We slaan in ons hoofd dus eerst eens op g7 in zien en zien daar dan  dat de Dame vervolgens naar h6 doorloopt en dat de Koning van Zwart dan op g8 staat. Tg3+ is dan niet moeilijk meer te vinden.

Dus: 1. T:g7, K:g7;  2. Dg5+, Kh8; 3. Dh6+. Kg8; 4. Tg3+, P:g4+; 5. T:g4, h:g4; 6.Dh7# 

Oplosklassement:

1         Henk                           5 punten
2         Tony                           3 punten
3 t/m 5   Albert, Joop en Robbie         2 punten
6         Joke                           1 punt

Probleem 7 van 31 oktober 2016



(D.Korth – P. Osthoff, Duitsland 2007/8)

Zwart begint.








Zwart heeft vijf stukken op de Koning van Korth gericht, daar staat slechts één verdediger tegenover. Dat kan dus nooit goed aflopen voor Wit. Wat een aanval! De twee machtige Torens op de open g-lijn zien er al dreigend uit, maar dreigender nog zijn de drie lichte stukken in het centrum: de loper op c5 die een vluchtroute via g1 afsnijdt en vooral die Loper en dat Paard die zo sneaky op de diagonaal a8 – h1 staan. Je hoort het Paard al hinniken van plezier bij de gedachte aan een eventueel aftrekschaak. En dan heeft die Osthoff ook nog twee pionnetjes op f4 en h4 staan, die een vlucht naar voren onmogelijk maken. Kan  Korth hier iets tegenover stellen ? Nee. Aanvallend niets.  Wel kan hij zich nog verdedigen. Zou hij aan zet zijn, dan kan hij met Pg4 de g-lijn sluiten. Dan verliest hij op den duur ook wel, maar hij kan in ieder geval knokken voor zijn leven. Maar helaas, Zwart is aan zet en die weet heus wel dat er een standaardcombinatie in de stelling zit. Als die pion op g2 en de Loper op f1 van het bord zijn en de witte Koning op de diagonaal van de zwarte Loper komt, zijn de drie lichte stukken voldoende voor mat. Daar gaan we dan.
  1. .., T:g2+; 2. L:g2, T:g2+; 3. K:g2 (die staat nu waar we hem hebben willen en biedt zich aan voor een aftrekschaak. De vraag is nu waar moet het Paard heen. Omdat de Koning naar f1 kan en het Paard van Wit  met f3 het schaak kan opheffen, is er maar één veld van waaruit het Paard van Osthoff beide zetten kan voorkomen en dat is)
3. …, Pd2+; 4. Pf3, L:f3; 5. Kh2, Pf1# 


Oplosklassement:

1         Henk 4 punten
2         Tony 3 punten
3 t/m 5   Albert, Joop en Robbie 2 punten
6         Joke 1 punt

Probleem 6 van 17 oktober 2016



D.Muse – Mart. Fischer,

2de Bundesliga 2007/8


Wit begint




Zo’n fijne, open stelling als Wit heeft, wil iedereen natuurlijk wel hebben. Het aardige eraan  is dat wie doorkneed is in het oefenen met de opgaven uit Stap 2 en 3 meteen een aantal kenmerken ziet: dreiging via de open h-lijn,  dubbele aanval, kwetsbaarheid van de achterste rij en vooral: lokken. Ook de positie van Paard f3, dat van daaruit naar  g5 lonkt om een Koning op h7 schaak te geven,  zal meteen in het oog springen. En dan heeft die Muse ook nog een Dame die vanaf h4 dreigt mat te geven en Toren d8 te slaan. Komt de Dame eenmaal op d8, dan bestrijkt ze de achtste rij, de diagonaal d8-h4 en vanaf h4 ook nog de h-lijn.

De oplossing.

Meteen 1. Dh4 niet werkt vanwege 1. .. De4+; .  1. Dh4 zou wel werken als de Koning van Zwart op h8  zou staan. Die moet dus daarheen worden gelokt.

1.     Th8+, K:h8; 2. Dh4+, Kg8; 3. D:d8+, Kh7; 4. Pg5+, Kh6; 5. P:f7+,
En nu is het afgelopen.
5. .., Kh7; 6. Dh8#
5. .., Kh5; 6. Dg5# of 6 Dh4#.

Oplosklassement:

1 t/m 2  Tony en Henk 3 punten
3 t/m 4 Albert en  Joop 2 punten
5 t/m 6  Joke en Robbie 1 punt

Probleem 5 van 3 oktober 2016



slot van een studie
van G. Bernhardt, 1923


Wit begint.

Wit staat er nogal beroerd voor. Alleen een wonder of een wel zeer geniale inval kan hem nog redden.

  
We kijken naar de stelling. Wit heeft één vrijpion, Zwart heeft er, na Lxg3, drie. Zwart kan wel de witte vrijpion tegenhouden (bekijk dat zelf maar), de witte Koning niet elk van de drie zwarte.  Een probleempje voor Zwart is dat zijn d-pionnen zijn diagonalen naar a7 en c8 onderbreken en dat het opspeleen daarvan de witte a-pion de gelegenheid geeft op te rukken richting promotieveld.
Wat bij het bedenken van een strijdplan voor Wit helpt,  is als we zien dat de eerste zet van Wit niet 1. a5 kan zijn, omdat 1. .., Ke2; en 1. .. , d3 winnend voor Zwart zijn. Ook na 1.Kxd4 verstoren 1. .., Ke2 en 1.., d3 de vreugde. De zet waarnaar we dus serieus moeten kijken, is 1. Kd3, .. ;.(die voorkomt beide zetten en houdt de diagonaal g1–a7 gesloten).  Na 1. .., Lxg3;  zal d4 – d5 gespeeld moeten worden  om de Loper bijtijds op b8 te krijgen. Na d4-d5 heeft de witte Koning nog één zet: Kxd4: er komt iets patachtigs in de stelling! De witte vrijpion moet er dus af en de zwarte Loper moet pion d4 gaan dekken. En laat dat nou mogelijk zijn!!
  1. Kd3,  Lx g3; 2. a5, d5; 3. a6, Lb8; 4. a7!! , Lxa7; PAT

De eerste zetten, zelfs de eerste drie zetten van Wit en Zwart werden gevonden, maar de clou van dit probleem, nl. dat het op listige wijze pat kon worden, ontging het gezelschap van oplossers.


Oplosklassement:

1.Tony                                   3 punten
2 t/m 3 Henk en  Joop                    2 punten
4 t/m 6  Joke, Albert, Robbie            1 punt

Probleem 4 van 26 september



Kan Wit het dreigende mat nog voorkomen? 

(geef de eerste vier zetten)


(I.Bilek – B. Feustel, Berlijn 1983)





Bilek staat er beroerd voor. Er dreigt mat in één en de materiaalverhouding is ook niet zijn voordeel. Dat verdedigen niet helpt (na 1. Tg3, T:b2+; loopt het snel mat), is duidelijk en dus zal er dus iets anders en dwingends moeten worden bedacht. Een aanknopingspunt biedt de benarde positie van de zwarte Koning die daar op h5 staat. Omdat er niets dwingender is dan schaak en Wit daartoe maar één mogelijkheid heeft, ligt het voor de hand naar de gevolgen van 1. Th6+ te kijken. Die zijn niet moeilijk te bepalen. Na 1. .., K:h6; volgt 2. Pg8+, Kh5;
3. Pf6+,  gaat Zwart terug naar h6 dan volgt Pg8+ weer en dreigt er herhaling van zetten. Gaat Feustel bij zijn derde zet naar h4, dan volgt Tg4#. Met ongetwijfeld zwaar de pest in zal Feustel in herhaling van zetten moeten berusten.

Samengevat: 1. Th6+, K:h6; 2. Pg8+, Kh5; 3. Pf6+, Kh6; 4. Pg8,.. . ½ - ½

Oplosklassement:
1.Tony                                                3 punten
2 t/m 3 Henk en  Joop                        2 punten
4 t/m 6  Joke, Albert, Robbie             1 punt

Probleem 3 van 19 september



Wit begint en wint.

(E. Guttmann, 1935)








Waarom het in deze studie gaat, zal snel duidelijk zijn. De Loper moet schaak geven, waarna het meteen mat is en de zwarte Toren moet dat voorkomen.De mogelijkheden tot het geven van schaak zijn beperkt. Dat kan via de diagonaal a1 – h8 of via a3.  De Loper moet dus naar een veld van waaruit hij zowel via a3 als via de diagonaal schaak kan geven. Dat veld  mag niet op dezelfde rij als a3 liggen en kan dus niet b4 zijn, want Tf3 dekt de derde rij af.

Omdat 1. Lb4 verliest na 1. .., Tc7 en 1. Lc5 na 1. .., Td7, ligt het voor de hand dat we beginnen met: 1. Ld6, Tf5;  2. Lb4 (dreigt mat via a3 of c3, dus:) , Tf3; Nu moet de Loper naar het veld van waaruit hij zaowel via a3 kan binnenvallen als vanaf de diagonaal schaak en mat kan geven. Omdat Ld6 leidt tot de beginstand en La3 tot Loperverlies, kijken we belangstellend naar 3.Lc5, Tf4. Deze matdreiging is nu afgeslagen, dan moet de andere openliggen: 4. La3 en mat is onafwendbaar. 4. .., Tb4; 5. L:b4, Lf3; Lc3#

Oplosklassement:
1 t/m 2 Henk en Tony            2 punten
3 t/m 4  Joke en Joop             1 punt

Probleem 2 van 12 september 2016




B. Goldenov – V. Zakharian, 1960



Zwart begint en het wordt mat.





Meestal gaat het bij dit soort toreneindspelen met een paar pionnen om tellen en gemiereneuk.
Hier zit er echter een aardige combinatie in. Dat is prettig, want nu hoeven we ons niet bezig te houden met de vraag wie er het eerst een pion kan laten promoveren.
De sleutel vinden we bij de positie van de witte Koning. Die zit gevangen tussen zijn eigen pionnen en die van Zakharian. Omdat Zwart geen andere zetten heeft waarmee hij zijn winstkansen vergroot, maar ook omdat we weten dat het mat gaat worden en dat meestal voorafgegaan wordt door een schaakje, ligt de eerste zet waarnaar we kijken voor de hand:
  1. g4+;  Omdat na 2. Ke2, b1D+ volgt, is 2.Kf4, …;  de zet waarvan we de gevolgen moeten bekijken. Die zijn tweeërlei: A. De Koning wordt verder het vijandelijke kamp ingetrokken en dat maakt zijn positie kwetsbaarder, want er is geen terugweg meer mogelijk, B. Na 2. …, g5+, kan de Koning alleen nog vluchten naar e5. Die vijfde rij moeten we dus onder controle zien te krijgen en dat is na 2. .., Ta5 geen probleem.
Het begin is er nu. 1. g4+; 2. Kf4, Ta5!; 3.e5, (en de rest is nu niet moeilijk meer) Ta4+;
4. e4, Ta3; en 5. .., Tf3#  valt niet te voorkomen.
Wat ik aan deze combinatie zo aardig vind, is dat ze zo mooi het principe van twee communicerende vaten laat zien: de Toren drukt naar beneden en wipt de witte pionnen omhoog.

Oplosklassement:


1 t/m 3 Joke, Henk, Tony       1 punt

Probleem 1 van 5 september 2016




Goban – Schmidt, Boedapest 1950

Wit begint en maakt er in zes zetten mat van.






Schmidt dreigt in één of twee zetten mat te geven, dus wil Goban het vege lijf redden, dan zal ie krachtig moeten optreden. Gelukkig, voor Goban, niet voor Schmidt, kan hij dat. Daartoe zal hij of de werking van de Dame moeten uitschakelen, of er zelf mat van moeten kunnen maken.
Kijken we naar de stelling, dan valt al snel de kwetsbare positie van de zwarte Koning op. Ook zien we dat er een Toren van Zwart instaat en dat de andere er op h8 nogal verloren bij staat. De Torens van Wit daarentegen zijn machtige wapens die zowel via de d-lijn als de h-lijn vrij spel hebben. En als, zoals Patrick terecht opmerkte, pion h6 weg is, worden ze dodelijk.  Een combinatie begint zich nu af te tekenen.
1De8+, Kh7; (na 1. .., Df8; volgt eenvoudig 2.  exf6, Dxe8; 3. Lxe8, gxf6; 4. Txe6 +-.) 2. Pg5+!, hxg5 (h-lijn geopend) 3. Lg6+! (die stond nog in de weg!); Txg6; 4. Th1+, Th6; 5. Txh6
en nu leiden er twee wegen naar mat:
      5. .., Kxh6; 6. Th1#
 Maar veel eleganter is het mat na 5. .., gxh6; 6. Df7#

Het oplosklassement
De enige goede oplossing kwam van Joke. Zij voert derhalve fier en onbetwistbaar het klassement aan.