barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Probleem 5 van 3 oktober 2016



slot van een studie
van G. Bernhardt, 1923


Wit begint.

Wit staat er nogal beroerd voor. Alleen een wonder of een wel zeer geniale inval kan hem nog redden.

  
We kijken naar de stelling. Wit heeft één vrijpion, Zwart heeft er, na Lxg3, drie. Zwart kan wel de witte vrijpion tegenhouden (bekijk dat zelf maar), de witte Koning niet elk van de drie zwarte.  Een probleempje voor Zwart is dat zijn d-pionnen zijn diagonalen naar a7 en c8 onderbreken en dat het opspeleen daarvan de witte a-pion de gelegenheid geeft op te rukken richting promotieveld.
Wat bij het bedenken van een strijdplan voor Wit helpt,  is als we zien dat de eerste zet van Wit niet 1. a5 kan zijn, omdat 1. .., Ke2; en 1. .. , d3 winnend voor Zwart zijn. Ook na 1.Kxd4 verstoren 1. .., Ke2 en 1.., d3 de vreugde. De zet waarnaar we dus serieus moeten kijken, is 1. Kd3, .. ;.(die voorkomt beide zetten en houdt de diagonaal g1–a7 gesloten).  Na 1. .., Lxg3;  zal d4 – d5 gespeeld moeten worden  om de Loper bijtijds op b8 te krijgen. Na d4-d5 heeft de witte Koning nog één zet: Kxd4: er komt iets patachtigs in de stelling! De witte vrijpion moet er dus af en de zwarte Loper moet pion d4 gaan dekken. En laat dat nou mogelijk zijn!!
  1. Kd3,  Lx g3; 2. a5, d5; 3. a6, Lb8; 4. a7!! , Lxa7; PAT

De eerste zetten, zelfs de eerste drie zetten van Wit en Zwart werden gevonden, maar de clou van dit probleem, nl. dat het op listige wijze pat kon worden, ontging het gezelschap van oplossers.


Oplosklassement:

1.Tony                                   3 punten
2 t/m 3 Henk en  Joop                    2 punten
4 t/m 6  Joke, Albert, Robbie            1 punt

Probleem 4 van 26 september



Kan Wit het dreigende mat nog voorkomen? 

(geef de eerste vier zetten)


(I.Bilek – B. Feustel, Berlijn 1983)





Bilek staat er beroerd voor. Er dreigt mat in één en de materiaalverhouding is ook niet zijn voordeel. Dat verdedigen niet helpt (na 1. Tg3, T:b2+; loopt het snel mat), is duidelijk en dus zal er dus iets anders en dwingends moeten worden bedacht. Een aanknopingspunt biedt de benarde positie van de zwarte Koning die daar op h5 staat. Omdat er niets dwingender is dan schaak en Wit daartoe maar één mogelijkheid heeft, ligt het voor de hand naar de gevolgen van 1. Th6+ te kijken. Die zijn niet moeilijk te bepalen. Na 1. .., K:h6; volgt 2. Pg8+, Kh5;
3. Pf6+,  gaat Zwart terug naar h6 dan volgt Pg8+ weer en dreigt er herhaling van zetten. Gaat Feustel bij zijn derde zet naar h4, dan volgt Tg4#. Met ongetwijfeld zwaar de pest in zal Feustel in herhaling van zetten moeten berusten.

Samengevat: 1. Th6+, K:h6; 2. Pg8+, Kh5; 3. Pf6+, Kh6; 4. Pg8,.. . ½ - ½

Oplosklassement:
1.Tony                                                3 punten
2 t/m 3 Henk en  Joop                        2 punten
4 t/m 6  Joke, Albert, Robbie             1 punt

Probleem 3 van 19 september



Wit begint en wint.

(E. Guttmann, 1935)








Waarom het in deze studie gaat, zal snel duidelijk zijn. De Loper moet schaak geven, waarna het meteen mat is en de zwarte Toren moet dat voorkomen.De mogelijkheden tot het geven van schaak zijn beperkt. Dat kan via de diagonaal a1 – h8 of via a3.  De Loper moet dus naar een veld van waaruit hij zowel via a3 als via de diagonaal schaak kan geven. Dat veld  mag niet op dezelfde rij als a3 liggen en kan dus niet b4 zijn, want Tf3 dekt de derde rij af.

Omdat 1. Lb4 verliest na 1. .., Tc7 en 1. Lc5 na 1. .., Td7, ligt het voor de hand dat we beginnen met: 1. Ld6, Tf5;  2. Lb4 (dreigt mat via a3 of c3, dus:) , Tf3; Nu moet de Loper naar het veld van waaruit hij zaowel via a3 kan binnenvallen als vanaf de diagonaal schaak en mat kan geven. Omdat Ld6 leidt tot de beginstand en La3 tot Loperverlies, kijken we belangstellend naar 3.Lc5, Tf4. Deze matdreiging is nu afgeslagen, dan moet de andere openliggen: 4. La3 en mat is onafwendbaar. 4. .., Tb4; 5. L:b4, Lf3; Lc3#

Oplosklassement:
1 t/m 2 Henk en Tony            2 punten
3 t/m 4  Joke en Joop             1 punt

Probleem 2 van 12 september 2016




B. Goldenov – V. Zakharian, 1960



Zwart begint en het wordt mat.





Meestal gaat het bij dit soort toreneindspelen met een paar pionnen om tellen en gemiereneuk.
Hier zit er echter een aardige combinatie in. Dat is prettig, want nu hoeven we ons niet bezig te houden met de vraag wie er het eerst een pion kan laten promoveren.
De sleutel vinden we bij de positie van de witte Koning. Die zit gevangen tussen zijn eigen pionnen en die van Zakharian. Omdat Zwart geen andere zetten heeft waarmee hij zijn winstkansen vergroot, maar ook omdat we weten dat het mat gaat worden en dat meestal voorafgegaan wordt door een schaakje, ligt de eerste zet waarnaar we kijken voor de hand:
  1. g4+;  Omdat na 2. Ke2, b1D+ volgt, is 2.Kf4, …;  de zet waarvan we de gevolgen moeten bekijken. Die zijn tweeërlei: A. De Koning wordt verder het vijandelijke kamp ingetrokken en dat maakt zijn positie kwetsbaarder, want er is geen terugweg meer mogelijk, B. Na 2. …, g5+, kan de Koning alleen nog vluchten naar e5. Die vijfde rij moeten we dus onder controle zien te krijgen en dat is na 2. .., Ta5 geen probleem.
Het begin is er nu. 1. g4+; 2. Kf4, Ta5!; 3.e5, (en de rest is nu niet moeilijk meer) Ta4+;
4. e4, Ta3; en 5. .., Tf3#  valt niet te voorkomen.
Wat ik aan deze combinatie zo aardig vind, is dat ze zo mooi het principe van twee communicerende vaten laat zien: de Toren drukt naar beneden en wipt de witte pionnen omhoog.

Oplosklassement:


1 t/m 3 Joke, Henk, Tony       1 punt

Probleem 1 van 5 september 2016




Goban – Schmidt, Boedapest 1950

Wit begint en maakt er in zes zetten mat van.






Schmidt dreigt in één of twee zetten mat te geven, dus wil Goban het vege lijf redden, dan zal ie krachtig moeten optreden. Gelukkig, voor Goban, niet voor Schmidt, kan hij dat. Daartoe zal hij of de werking van de Dame moeten uitschakelen, of er zelf mat van moeten kunnen maken.
Kijken we naar de stelling, dan valt al snel de kwetsbare positie van de zwarte Koning op. Ook zien we dat er een Toren van Zwart instaat en dat de andere er op h8 nogal verloren bij staat. De Torens van Wit daarentegen zijn machtige wapens die zowel via de d-lijn als de h-lijn vrij spel hebben. En als, zoals Patrick terecht opmerkte, pion h6 weg is, worden ze dodelijk.  Een combinatie begint zich nu af te tekenen.
1De8+, Kh7; (na 1. .., Df8; volgt eenvoudig 2.  exf6, Dxe8; 3. Lxe8, gxf6; 4. Txe6 +-.) 2. Pg5+!, hxg5 (h-lijn geopend) 3. Lg6+! (die stond nog in de weg!); Txg6; 4. Th1+, Th6; 5. Txh6
en nu leiden er twee wegen naar mat:
      5. .., Kxh6; 6. Th1#
 Maar veel eleganter is het mat na 5. .., gxh6; 6. Df7#

Het oplosklassement
De enige goede oplossing kwam van Joke. Zij voert derhalve fier en onbetwistbaar het klassement aan. 

Probleem 23


K.Havasi – A. Sacconi, 

Folkstone Olympiade 1933


Wit begint en wint.




De Torens van Sacconi hebben vooral als functie te voorkomen dat Havasi mat achter de paaltjes geeft. Daar staat als pluspunt tegenover dat pion a3 wel heel dicht bij promoveren is. Daar hier weinig aan te doen valt, zal Wit naar snelle en rigoureuze tegenmaatregelen moeten zoeken. Dat ie het daarbij in eerste instantie niet van zijn twee Torens moet hebben, zal duidelijk zijn. Die krijgen pas betekenis als één van de Torens van de tegenpartij van zijn functie ontheven wordt of overbelast raakt. Gelukkig, maar waarschijnlijker met diep inzicht, heeft Havasi nog een dreiging in zijn stelling gevlochten. We kijken naar pion e5, Lh4 en Dg4 en naar de drie zwarte pionnen op de zevende rij. Dan kan opvallen dat als pion g7 daar niet stond, het mat in één zou zijn. Ook niet moeilijk in te zien, is dat er na 1.Lf6, gXf6; 2.eXf6. ..; wederom mat in één dreigt. Op deze weg moesten we dus maar eens doordenken.

  1. Lf6, gxf6; (1. .., Tg8; is geen verbetering, want dan volgt: 2.Dxg7+! , Txg7 – ha, overbelasting-, 3.  Td8+, Txd8; 4. Txd8#) 2. exf6, Tg8; 3.Td8, Tcxd8; 4. Txd8, Txd8; 5. Dg7#.
Het aardige aan deze combinatie vind ik dat de hoofdrol daarin gespeeld werd door dat lullige pionnetje dat van e5 doorschoof naar f6.  Zo’n pion op de zesde rij in de buurt van de Koning, hier dus op f6, g6 en h7 (f3, g3, h3 voor Zwart) noemen de Engelstaligen een ‘pawn wedge’, een pionwig (wigpion?). Zo’n pion beperkt de mobiliteit van de Koning,  scheurt de verdediging uit elkaar en geeft  niet zelden het motief voor een matvoering. In de aanval is ze vaak net zo sterk als een lichtstuk (in bovenstaande stelling net zo sterk als een Loper), soms sterker.
Bron: Arthur Yusupov, Boost your chess 1, hoofdstuk 7 : the pawn wedge.

Oplosklassement:

1.  Fred 9 punten
2.  Henk 8 punten
3.  Joop 6 punten
4.  Robbie 5 punten
5/6       Albert en Erik V 4 punten
7.        FrankS 2 punten
8/9   Tony en Joke 1 punt

Probleem 22

Het probleem van 23 mei 2016



A.Beni – Schwarzbach, 

Oostenrijk 1969


Wit begint. Mat in 5 (vijf)





Bij de eerste blik zal een ieder wel zien dat Wit een machtige hoeveelheid materiaal op de zwarte koningsstelling heft gericht: twee prachtige Lopers en een machtige Toren. Ook zal dan wel duidelijk zijn dat pion g7 het zwaar te verduren heeft. Zou Dame h6 daar niet staan, dan zou hij verloren gaan en dan kunnen de Lopers en de Toren toeslaan. Verder zou het wel prettig zijn als pion f7 van het bord verdwijnt, opdat Loper b3 zijn volle kracht kan ontplooien.
Denken we Dame h6 daar weg, dan ligt het inslaan van de Toren op g7 met schaak voor de hand. Dat er daarna Tf7 volgt met aftrekschaak is ook duidelijk en dat Loper b3 nu veld g8 onder schot heeft, is ook niet moeilijk. De drie witte reuzen hebben nu vrij spel en dat kan nooit goed gaan voor Zwart. Dame h6 moet dus worden weggelokt.

Dat kan met 1. Dh3, 1. Dh5 en 1. Df4.  
Na 1. Df4, Dxf4; 2. Tg7+, Kh8; 3. Tf7,  volgt 3. .., Pe5; en zwart wint. 
Dat is de bedoeling dus niet.

Kijken we naar 1. Dh3. 1. Dh3, Dxh3; 2. Tg7+, Kh8; 3. Tf7+, Kg8;. 
De witte stuk hebben nu ruim baan en nu moet de genadeklap vallen. 
Dan kan dankzij de samenwerking van Loper b3 en Toren.
4. Tg7+, Kh8; 5. Tg8 (aftrek- en dubbelschaak) en mat.   
Nu was Zwart natuurlijk niet gedwongen om bij de eerste zet terug te slaan. Maar na 1. Dh3, Df6;
2. Dg3, g6; 3. Lf6, …;  is er voor Schwarzbach ook geen lol meer aan.

Probleem 21


Wit begint. Mat in 4.











Wit staat natuurlijk schitterend met die twee open lijnen voor zijn Torens en die Loper op f6.
Zwart heeft weliswaar ook een dreiging: als zijn Dame met schaak op de onderste lijn kan komen, gaat Wit nog zware tijden tegemoet. Maar daar staan twee nadelen tegenover: de ingesloten positie van zijn Koning en een schlemielige Toren op h7, waarvan de belangrijkste functie is dat ie zijn Koning een eventueel vluchtveld ontneemt.
Kijken we wat verder, dan zien we dat de Toren op d8 twee taken heeft: beveiliging van de onderste rij en van het veld e7. Dwingen we hem naar e7, dan komt de achterste rij vrij.
 Ook de zwarte Koning heeft er twee: verdediging van de Toren en van veld g8. Komt hij op g8, dan is de Toren ongedekt, komt ie op e8, dan veld g8 onverdedigd.
De Toren lokken we naar e7 door 1. Le7+, of 1 De7+.  We proberen eerst 1. Le7+, Txe7; 
het vervolg is niet moeilijk te zien; 2. Td8+, Te8;  Nu moet de Koning gedwongen worden de verdediging van veld g8 op te geven. Hoe dat moet weten we uit Stap 4:  3. Txe8+, Kxe8; 4. Tg8#.
We hadden ook 1. De7+, Txe7;  2. Td8+, Td8; kunnen analyseren. Nu moet de Koning weg van de verdediging van zijn Toren, dus: 3. Tg8+, Kxg8; 4. Txe8#.   Wie de zetten 2 en 3 verwisselt, bereikt hetzelfde resultaat.
Grappig wel hoe er in een mooie stelling vele wegen naar Rome leiden.

Oplosklassement:

1.        Fred 9 punten
2.        Henk 8 punten
3/4       Joop en Robbie 5 punten
5         Erik V 4 punten
6.        Albert 3 punten
7.        FrankS 2 punten
8/9       Tony en Joke 1 punt







Probleem 20


Zwart begint en wint (beslissend materiaal). 

Geef de eerste twee zetten. 

Bagirov – Kholmov,  Moskou 1961






Ook als je Kholmov niet bent, zal je allereerst opvallen dat de Dame van Wit ongedekt staat
en vervolgens dat de Dame van Zwart daar, door Toren e5 heen, begerig naar loert. Dit roept natuurlijk onmiddellijk het motief van de aftrekaanval in ons op. Zouden we met Toren e5 iets kunnen doen waar iets dreigends en iets dwingends van uitgaat, dan winnen we de Dame of één van de Torens. Wil Te5 iets dreigen, dan zal ie naar voren moeten. Maar dat kan ie niet, want Te4 staat in de weg. De mogelijkheden van Te4 zijn beperkt, dus we kijken naar
  1. .., Txe1+; 2. Txe1, ..;

Dan hebben we deze stelling in ons hoofd:


En de vraag is nu: zit er in deze stelling een beslissende aftrekaanval? Txe1 levert niets op.

Te4 en Te3 ook niet. 

Maar hé,  2. .., Te2 dreigt mat! Slaat Wit de Toren, dan verliest ie zijn Dame, slaat Wit de Dame dan volgt  3. …, Txe1+ en 4. … gxf6 met Torenwinst.




Oplosklassement:

1.        Fred 9 punten
2.        Henk 7 punten
3/4       Joop en Robbie 5 punten
5         Erik V 4 punten
6.        Albert 3 punten
7.        FrankS 2 punten
8.   Tony 1 punt

Probleem 19

Het probleem van 18 april 2016 


Adorjan – Miles, Linares 1985

Zwart begint. 

Wit gaat mat of verliest beslissend materiaal.

Geef de winnende zet.

Op het eerste gezicht lijkt het of er voor beide partijen niets aan de hand is.
Kijken we wat nauwgezetter, dan zouden we kunnen zien dat Wit wordt opgerold als Zwart Df3+  zou kunnen spelen. De witte Koning moet dan naar g1, waarna pion f2 gepend staat. Matvoering is dan niet moeilijk meer. Inslaan met de Toren op g3, h-pion slaat terug, Dame maakt gebruik van de penning en slaat met schaak de g3 pion en daarna kan een kind de was doen. De vraag waar het om draait is dus: hoe krijgen we  de Loper die veld f3 verdedigt van de diagonaal af. .De loper eraf rammen heeft geen zin, want neemt de Dame de rol van de loper over. Het antwoord vinden we in stap 3: lokken en “lokken” wil zeggen: de tegenstander verleiden tot een zet die die met grote tegenzin doet omdat wat ie ook doet, het altijd tot desastreus verlies leidt. We weten nu dus dat de  witte Loper op de diagonaal a8 – h1 moet blijven.  De winnende zet maakt gebruik van een penning: Ld7. Slaat Adorjan dan gaat ie mat, trekt ie zich terug, dan verliest ie zijn Dame.

Na 1. …, Ld7; 2. Lxd7,  gaat de matvoering als volgt. 2. …, Df3+; 3. Kg1, Txg3+;  4. hxg3, Dxg3+; 5. Kh1, Dxh3+; 6. Kg1, Tg8#.

Oplosklassement:

1.    Fred 9 punten
2.    Henk 7 punten
3/4   Joop en Robbie 5 punten
5     Erik V 4 punten
6.    Albert 3 punten
7.    FrankS         2 punten
8.    Tony 1 punt

Probleem 18



Wit begint. Mat in 6.

Berry – Seglins,  USA 1968










Berry heeft vier machtige aanvallers in stelling gebracht, Seglins moet die zich  met één verdediger, Tf8,  een soort Ron Vlaar en twee pionnetjes van het lijf houden. Dat lijkt een hopeloze zaak en dat is het ook. Zoals dat in dit soort stellingen bijna altijd het geval is, moeten verdedigers worden weggejaagd, weggelokt, geslagen, uitgeschakeld. Niet moeilijk om in te zien is dat na Lg7+ Zwart niet in staat moet zijn om g6 te spelen. En willen we van Dame d3 iets dreigends maken, dan moet de pion op f7 er niet staan. Pion f7 staat twee verkeer verdedigd en één keer aangevallen, daar gaan we iets aan doen.

1. Lh7+, Kh8 (de eerste verdediger is weggejaagd)
2. Txa8, Txa8 (de tweede is weggelokt)
3. Lxg7+ (de Koning moet zijn schuilplaats verlaten), Kxg7;
4. Txf7+ (maakt Dg6  mogelijk), Kxf7; 
5. Dg6+, Kf8; 
6. Dg8#.

(2. Txa8, ook f6 mogelijk. Dan is het ook geen mat in zes)

Een aardige variant gaf Henk. 1.Lh7+, Kh8; 2. Lxg7+; Kxg7;  3. Txf7+, Txf7; 4. Dg6+, Kh8; 5. Txa8+ en mat volgt snel.

Oplosklassement:

1.  Fred 9 punten
2.  Henk 7 punten
3.  Joop 5 punten
4/5  Robbie, Erik V 4 punten
6.   Albert 3 punten
7.   FrankS 2 punten
8.   Tony 1 punt

Probleem 17

Het probleem van 14 maart 2016

(Machulsky – M. Gurevich, Kharkov 1976)



Zwart speelde hier h5.
Voor welke verrassing kwam hij te staan? 






De verrassing was: 1…, h6; 2. Dxe6+!!.  Dat Gurevich hier met de ogen moet hebben geknipperd, lijkt mij waarschijnlijk. Val je met een pion een Dame aan, wordt die dame niet in veiligheid gebracht, maar een paar velden verderop geofferd!
Hoe kwam Machulsky op dit idee? Drie stellingskenmerken moeten daarbij een rol hebben gespeeld. In de eerste plaats natuurlijk de actieve opstelling van de witte stukken. In de tweede plaats dat na 1. .., h6 veld g5 voor loper d2 beschikbaar komt. Maar bovenal: de overbelasting van pionnetje f7, dat twee andere pionnetjes moet verdedigen.   In Stap 3, bij het onderdeel ‘mat door toegang’ staan tal van voorbeelden van de manier waarop je daarvan profiteren kan. Het recept: zo inslaan aan de ene kant dat terugslaan gedwongen is en dan inslaan aan de andere kant. In de voorbeelden daar is het dan meteen mat en dat is het hier nog niet, maar je denken heeft wel een aanknopingspunt. Het ging als volgt verder.
2. …, fxe6; (na 2. .., De7 loopt Zwart grote materiële schade op: 3. Pd6+, Kd8; 4. Pf7+ enz. maar gaat niet mat) 3. Lxg6+, Ke7; 4. Lg5+, Pf6; 5. exf6+ (dit was voor Gurevich de tweede verrassing, want hij had alleen gekeken naar 5. Lxf6+, Kd7; 6. Lxd8, Kxd8 waarbij de schade tot twee pionnen blijft beperkt), Kd7; 6. Pe5#.

Oplosklassement:

1.       Fred 9 punten
2.       Henk 6 punten
3-5      Robbie, Erik V, Joop         4 punten
6.       Albert                    3 punten
7.       FrankS                     2 punten
8.       Tony 1 punt


Probleem 16


Het probleem van 22 februari 2016 


Gulko – K. Grigorian, Vilnius 1971


Wit begint en wint.




 Dit probleem werd door degenen die het in groepsverband oplosten als tamelijk eenvoudig beschouwd. Daarbij verloren zij o.a uit het oog dat je met zijn vieren meer weet dan een man alleen, zoals bleek uit de oplossingen van de solisten. Ook verloren zij uit het oog dat Gulko de combinatie niet op het bord door trial en error kon oplossen, maar het in één keer goed en uit zijn hoofd moest doen. Dat je na 1. Tf8+, Txf8; 2. Dd5+, Kh7;  met promotie een Toren terugwint, is inderdaad niet moeilijk te vinden. Maar Wit moet nu wel de genadeklap kunnen uitdelen, want Dg1# hangt in de lucht.  Wat in zo’n geval geen kwaad kan, is kijken wat de functie is die de bij de aanval betrokken stukken vervullen. Dan lijken Dame en Paard de bewakers te zijn. De Dame bestrijkt de velden f7 en g8, het Paard g6. Dan moet de promoverende pion de jager worden. En aangezien na 3. exf8D,  Dg1# volgt, moet er zo gepromoveerd worden dat dat met schaak is, dus: 3. exf8P+, Kh8. Nu bewaakt Pf8 het veld h7 en de Dame g8, dus volgt 4. Peg6 mat. En zo ging in de partij van Gulko.
Maar er is nog een variant en wel: 1. Tf8+, Txf8; 2. Dd5, Kh8 ( en nu niet 3. exf8P, zoals één van de solitaire oplossers voorstelde, want nu volgt 3. .., Dg1#, maar) 3. exf8D+, Kh7;
4. Dfg8# .

Oplosklassement

1.      Fred                            9 punten
2.      Henk                           5 punten
3/4    Robbie en Erik V         4 punten
5/6    Albert en Joop           3 punten
7.      FrankS                         2 punten
8.      Tony                           1 punt

Probleem 15


Het probleem van 8 februari 2016

 (Bulakh – Petrov, Moskou 1951)


Zwart  begint en jullie krijgen alleen de hint: 

zwart wint.


De Koning van Bulakh staat behoorlijk op de tocht. Zijn Achillespees wordt gevormd door de velden c1 en d2. Wat ook wel lullig is voor die Koning, is dat ie nergens heen kan. Een goed geplaatst schaakje  is meteen mat.
Vragen we ons nu af wat de stukken van Bulakh zijn die de cruciale velden verdedigen, dan zien we al snel dat dat Td1 en Pf3 zijn. Die moeten er dus af of van hun functie worden ontheven. Daar gaan we dan.
  1. Txf3 (uitschakeling van een verdediger van d2), gxf3; 
  2. Lxb3+ (openen van de d-lijn), axb3; 
  3. Dc1+! (lokt de Toren weg van de d-lijn), Txc1; 
  4. Td2#.
 Deze oplossing werd vooral in groepsverband gevonden. De enige goeie oplossing een solist kwam van de hand van Joop.

Oplosklassement:

1       Fred                           8 punten
2       Henk                          5 punten
3/4    Robbie en Erik V         4 punten
5/6    Albert en Joop             3 punten
7       FrankS                       2 punten
8       Tony                          1 punt

Probleem 14


Het probleem van 25 januari 2016

Arkhipkin – Kuznetsov, Kiev 1980


Wit begint en zet mat.





Eén van de aardige kanten van schaakspel is, vind ik, dat het zo’n vriendelijk en ruimhartig karakter heeft. Je vraagt je gaande je partij af hoe je de stelling het liefst zou willen hebben,
en zie, het schaakspel biedt je de mogelijkheid je wens te realiseren. In ruil daarvoor vraagt het slechts een kleine tegenprestatie: goed kijken, goed nadenken.
In bovenstaand diagram zal een ieder die enigszins vertrouwd is met matpatronen meteen zien dat het, als die pion op h7 er niet zou staan,  middels 1. Th8 mat in één zou zijn. Die pion moet dus weg. Maar slaan op h7 leidt tot niks omdat de Dame niet naar h5 kan. Misschien moet pion g6 dus eerst weg.
Ook zou je kunnen wensen dat je die pion g6 weg krijgt, omdat 1. Tg3 dan tot mat leidt. (forceren van toegang).  Nu is wel duidelijk dat de werking van deze kleine rakker worden moet worden uitgeschakeld.
Maar wat is dat nu? Dame c5 dekt ook veld h5 en haalt  1 Dh5 met dubbele matdreiging (via de h- of de g-lijn uit de stelling. De Dame moet dus van de vijfde rij af.! Maar dat is niet moeilijk! 
1. b4! (wegjagen, deflecting in het Engels), Dxb4 ( 1…, Dh5; 2. Dxh5, gxh5;
3. Tg3 leidt tot snelle mat, 1. .., De5; 2. Lxe5,  dxe5 tot langzame wurging); 2. Dh5,  ( en nu is het zowel na 2. .., De1 als na 2. .., h6 en 2. .., gxh5 mat in 5. Omdat het de meest principiële zet is, kiezen we voor) 2. .., gxh5; 3. Tg3+, Lg7; 4. Txg7+, Kf8  (4. .., Kf8; 5. Tg6#);
5. Txh7 en mat is niet meer te vermijden.

Oplosklassement:

 1.     Fred                           8 punten
 2.     Henk                         5 punten
3       Robbie en Erik V        4 punten
4/5    Albert                        3 punten
6/7    Joop en FrankS           2 punten
8.      Tony                          1 punt