barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Het probleem van maandag 23 mei. ronde 12











Wit geeft mat in 6.



Voor wie, zoals Paul, van strenge en zuivere logica houdt, was dit een fraai probleem.




Al gauw moet duidelijk zijn dat zolang die Toren op h8 de achterste rij beheerst, er geen mat gegeven kan worden. Die Toren moet dus worden verjaagd of worden uitgeschakeld.
Ook zul je al gauw merken dat je met het geven van schaak ook niets opschiet. Er moet dus een dwingende, dodelijke dreiging worden gevonden. En dan blijft er nog maar een zet over:
1. Lc8!, en er dreigt mat op de volgende zet. Nu is er maar een manier om deze dreiging het hoofd te bieden: 1. …, Txc8;  en zo is de Toren naar een veld gelokt waar hij staat aangevallen door de Dame op c6. Als we nu zijn verdediger, de Koning, kunnen weglokken, dan gaat die Toren er aan. 2. Ta8+, Kxa8; 3. Dxc8+, Tb8;. Het slot van de combinatie vind ik zelf bijzonder fraai door de simpelheid er van. 4. Dc6+, Tb7; 5.Da4+, Kb8; 6. De8 mat!

Omdat alleen Paul de goeie oplossing inleverde, zal, met nog twee avonden te gaan, pas op de laatste avond duidelijk zijn wie zich probleemoplosser van het jaar mag noemen. Joop, of Paul.

Stand:
1/2                 Joop en Paul                      6 punten
3                   Albert                            4 punten
4/5                 Patrick en Robbie                 2 punten
6 t/m 8             Ben, Chiel en Emile               1 punt

Probleem van 16 mei, ronde 11


Wit geeft in 4 zetten mat.












Dit soort stelling kom je wel vaker tegen. De weg naar mat is tamelijk standaard.
Eerst wordt de Koning naar voren gelokt. Daarna zijn er twee mogelijkheden.
A: De Toren op de achterste rij valt de Koning in de rug aan en geeft mat,
B: Er wordt mat gegeven met g3-g4.
Voorwaarde voor een geslaagde toepassing van deze tactische motieven is natuurlijk wel dat mogelijke vluchtvelden worden afgesneden.
In het probleem van 16 mei speelt alles wat hierboven beschreven staat een rol.
We beginnen maar eens met het naar voren lokken van de Zwarte Koning.
1. Dg5+, Lxg5; 2. hxg5+, Kh5;  Nu zou g3-g4 al mat zijn, ware het niet dat de zwarte Dame op c3 de g-pion pent. Of die Zwarte Dame moet daar weg, of we proberen het met een Torenaanval in de rug.
3. Th8, …; nu dreigt mat in 1. Er is maar een manier om dit te verhinderen: 3. …, Dxh8;
Nu is de Dame weg van de derde rij en volgt er 4. g4 mat.
Paul en Joop leverden deze afwikkeling ook in.


Stand:

1:       Joop                 6 punten
2:       Paul                 5 punten
3:       Albert               4 punten
4/5:     Patrick en Robbie    2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile  1 punt

Probleem van 2 mei, ronde 10


Wit geeft mat in drie of vier












Zoals dat gebruikelijk is  geworden,  gaf ook deze opgave weer aanleiding tot veel
gepieker, discussie en trial and error. Wat de eerste zet zou moeten zijn, was voor een ieder duidelijk.
1.     Txh6+,
Nu zijn er voor zwart twee mogelijkheden: met de pion slaan of met de Koning. Dat het slaan met de Koning tot mat moest leiden, zag een ieder wel in. Maar niemand keek verder hoe dat dan in de praktijk zou moeten. Ik geef eerst deze variant en noem hem A.

A: 1. , Kxh6; 2. Dg5+, Kh7; 3. Dh4+, Kg6; 4. f5 mat.

Aller aandacht richtte zich dus op het slaan met de pion. Maar welke variant men ook probeerde, alles liep stuk op 2. …, Dg7. Totdat, heel laat op de avond, bij Paul het licht doorbrak. “Dat Paard op f6 moet daar weg”,  en het klonk alsof het orakel van Delphi
tot ons sprak, ‘want dan komt Loper b2 erbij.’ En zo was het maar net. Weglokken van een verdediger, het openen van lijnen, pennen, bijna altijd draait het bij stellingen die aan concrete partijen zijn ontleend om een van deze tactische wendingen of een combinatie daarvan. Volgt nu de oplossing van Paul die ik ter zijner ere P zal noemen.

P. 1. …, gxh6;  En nu moet dus dat Paard op f6 weg. Dat doen we niet door het te slaan en ook niet met Lg8+, maar met het vrij geniale 2. Dg8+, Pxg8 (gedwongen);  Loper b2 bestrijkt nu de zwarte velden, het Paard op g8 ontneemt de eigen Koning een vluchtveld en zo is
het mat na 3. Lf5.
Aardig, nietwaar?

Stand:

1:          Joop                           5 punten
2/3:        Albert en paul                 4 punten
4/5:        Patrick en Robbie              2 punten
6 t/m 8:    Ben, Chiel en Emile            1 punt

Probleem van 4 april, ronde 9


Zwart geeft mat in 4












Aangezien aan mat meestal wat schaakjes voorafgaan, lag de eerste zet voor de hand.

1.     …, Dh2+; 2. Kg4, f5+; (een bekend motief: de Koning wordt uit zijn tent gelokt en op slinkse wijze het vijandelijke kamp binnengeloodst). Nu kan Wit natuurlijk Dxf5 spelen, maar de opgave was niet ‘Wit gooit er op de derde zet een wanhoopsoffer tegenaan, maar “Zwart geeft mat in 4. Dus: 3. Kg5,  Dxg2+; . Ook nu kan, ik geef het toe, Wit kiezen voor uitstel van executie met de zet Kf4, maar  als je van de schoonheid van schaken houdt en een beetje vent bent, neem je dat Dame-offer aan en speel je 4. Dxg2 en geniet je van 4. …, Le3 mat.

Het oplossen van de opgave werd deze avond vooral als een collectieve uitdaging gezien. Alleen Joop leverde een goed ingevuld formuliertje in.

     Stand:

1:       Joop                      5 punten
2:       Albert                    4 punten
3:       Paul                      3 punten
4/5:     Patrick en Robbie         2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile       1 punt

Probleem van 14 maart 2011, ronde 8

Dit was nou weer eens een probleem zoals men dat graag heeft: eenduidig, geen afleidende varianten, recht op het doel af.
De stelling zag er zo uit:

Zwart geeft met zijn vierde zet mat.












De eerste zet ligt voor de hand: 1. …, Te1+; . Heffen we dit schaak op met 2. Pf1, dan gaat Wit op de tweede zet al mat en dat was de opgave niet. Wit speelt dus 2. Kh2.  Hier staat de Koning mooi en dat is de bedoeling niet. Voor het vervolg duiken we in de doos met tactische motieven en halen er, na enig nadenken, de motieven “lokken” en “penning’ uit.
Dat “lokken” vind ik zelf een van de aardigste tactische thema’s. Vooral de gedachte erachter spreekt me zeer aan: “Als je vindt dat een stuk op een veld staat waar het je hindert of  niet bevalt, moet je het op dat veld zien te krijgen waar je het wel graag hebt. Ook in het dagelijks leven is dit trouwens een inzicht waar je je voordeel mee kunt doen.
Dus: Die Koning moet weg van het veld waar ie veilig staat en we willen hem daar hebben waar ie op de tocht staat. 2. …, Th1+, 3. Kh1;  Nu staat pion g2 diagonaal gepend en zoals we weten is een gepend stuk een slechte verdediger. 3. …, Dh3+;  4. Kg1, Dxg2 mat.

Voor Joop, Albert, Paul, Patrick en Ben was deze opgave geen probleem en dat levert als stand op.

1/2    : Joop en Albert                4 punten
3      : Paul                          3 punten
4/5    : Patrick en Robbie             2 punten
6 t/m 8: Ben, Chiel en Emile           1 punt

Probleem van 7 maart 2011, ronde 7











Wit zet in 4 zetten mat.


Een snelle blik leert ons dat het mooi zou zijn als de witte Dame naar g7 zou kunnen en
de Toren eventueel naar h8.  Een matbeeld dat zich opdringt: de Koning moet naar voren en door middel van een aanval in de rug worden matgezet. Maar beide velden worden verdedigd door de zwarte Dame en zolang die daar staat valt er in die hoek niets te pielen.
Die Dame moet daar dus weg.
In de partij Cortlever – van der Weide (Beverwijk 1968) werd gespeeld::

1.Tf3 (verjagen van de Dame), Dxf3; 2. Dg7+, Kh5 (daar gaat ie al);  3. Dxg6+, hxg6
(h-lijn open en de eigen pion ontneemt de Koning een vluchtveld) 4. Th8 mat.

Critici die dit niet dwingend vonden hadden dit keer gelijk. Na 1. .., Txg2; 2. Kxg2, Le4;
is het geen mat in 4 maar haal je de winst pas na een zet of 25 binnen. Sterker dan
Txg2 is waarschijnlijk De6. Ook dan is de kans groot dat Wit wint, maar een makkie is het niet.
Het zou dus beter geweest zijn als ik de stelling  na de eerste zet van Wit en Zwart had gegeven en de opgave had geluid: Wit maakt in drie zetten mat.
Bij volgende opgaven zal ik nog alerter zijn op het dwingende karakter van de eerste zet.
Gezien het bovenstaande is het verrassend dat er bij de ingeleverde oplossingen toch nog twee goeie zaten, die van Albert en die van Patrick.  Dat levert de volgende stand op:

1/2    :   Joop en Albert                   3 punten
3/4    :   Paul en Robbie                   2 punten
5 t/m 7:   Chiel, Emile en Patrick          1 punt

28 februari, ronde 6

Het probleem van maandagavond 28 februari was eenvoudiger dan het leek.
De hele avond werd er tussen de rondes van het rapidkampioenschap door
gepiekerd en overlegd. De stelling werd op een bord opgezet en variant na variant werd bekeken. Helaas, alles zonder resultaat. Aan het eind van de avond was er geen enkele
oplossing ingeleverd.

Dit was de stelling:











wit aan zet wint


Het aardige van dit probleem is dat de oplossing ervan een beroep doet op iets wat bij de doorsnee schaker dun gezaaid is: creativiteit, de frisse blik, de durf om de gebaande paden te verlaten. Je kijkt naar de stelling, je ziet die pion die op promoveren staat en al het denken wordt meteen op dit kenmerk gericht: Dame halen, want met een Dame er bij is het natuurlijk gewonnen voor Wit.
Twee andere kenmerken van deze stelling worden dan over het hoofd gezien.
Ten eerste: als de pion van Wit en de Toren van Zwart er af gaan, is het ook gewonnen voor Wit.
Ten tweede, en dat is opmerkelijker, de positie van de witte Koning en Toren wordt buiten beschouwing gelaten. Niemand die op het idee kwam “Hé, staan die niet zo dat er nog lang gerokeerd kan worden?”
De oplossing is dus:

1. d7, Kc7;  2. d8D+, Kxd8; 3. 0-0-0+  en na een zet van de zwarte Koning volgt 4. Kxb2.



21 februari 2011, ronde 5

Het probleem van 21 februari.

De opgave was net iets ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht leek.
Dit was de stelling:












Wit aan zet mat.



De oplossing:

Zwart dreigt met mat middels Dg1. Er moet dus drastisch worden opgetreden. Alleen
schaakjes helpen en dan alleen als zij tot mat leiden.  Dat lijkt niet moeilijk.
1. g4, Kh4; 2. g3 mat. Maar dat is fout. Er volgt: 2. .., Dxg3; 3. Kxg3, Tg1 en de witte Dame valt.
Zo moet het wel:
1. Txe5+, fxe5; 2. g4+, Kh4, 3. De7+ (daarom moest die Toren van dat veld!), Dg5; 4. g3++.

De enige die deze zettenreeks in zijn geheel gevonden heeft, is Robbie. Dat levert de volgende stand op:

1.                 Joop                          3 punten
2 t/m 4: Albert, Paul, Robbie          2 punten
5 t/m 6: Chiel en Emile                1 punt.


Het probleem van deze avond kwam uit een partij tussen de oud-wereldkampioen bij het vrouwenschaak Gaprindashvili – Veröci (Belgrado 1974).  In die partij ging het anders dan ik
hierboven heb beschreven. Waarschijnlijk bevreesd voor de dreiging Dg1 mat, was Gaprindashvili tevreden met remise. 1. Dg4+, Kh6, 2. Dg7+, Kh5; 3. Dg4+ etc.

Probleem van 14 februari, ronde 4










wit geeft mat in 4



Vaak is het handig om bij het oplossen van dit soort problemen achteraan te beginnen.
Dus: wat zou de matstelling kunnen zijn. Met die pion op g6, de twee paarden daarachter en een zwarte koning die alleen naar g8 kan, is dat niet moeilijk te vinden.  Kon je schaak geven met Pe6, dan moet de koning naar g8 en dan volgt Ph6 mat.  Maar helaas wordt Pe6 verhinderd door de Dame op b6 en Ph6 kan niet vanwege die Loper op g7. Die stukken moeten dus van die velden weg.

Oplossing:
1.
Dxb6, axb6 ( je kunt natuurlijk die Dame niet slaan, maar wat moet je anders?) De eerste machtige verdediger is uitgeschakeld. Nu is het zaak de Loper er toe te dwingen de   dekking van veld h6 op te geven.
2.
Th8+, Lxh8  (uitschakelen en weglokken van een verdediger zijn tactische middelen die je bij Stap 2 leert toe te passen). De obstakels zijn opgeruimd en het geven van mat is nu een koud kunstje.
3.
Pe6+, Kg8; 4. Ph6 mat.

Probleem van 7 februari 2011, ronde 3

Wit zet en wint













De oplossing was niet heel moeilijk en werd door alle inleveraars van het invulbriefje foutloos gevonden.

1. Pg5, f1D+;  2.Pf3+, Kh3;  3. Th5+, Kg2;  4. Th2 mat.

Stand:
1.       Joop                       3 punten
2 en 3:  Paul en Albert             2 punten
4 t/m 6: Chiel, Emile en Robbie     1 punt

Probleem van 31 januari 2011, ronde 2

De opgave was niet heel moeilijk en door het geringe aantal stukken dat op het bord stond, diende de oplossing zich bijna vanzelf aan.

Dit was de stelling.











Wit zet en wint         

Dit is de oplossing.
1. g4+, fxg4+, 2. Pxg4+, Dxb5, 3. Pf6 mat.

Een paar slimmerds vonden een aardige variant.
1.  g4+, fxg4+, 2. Pxg4+, g5,  3. De8 mat
Na twee avonden is de stand:

1 en 2:   Joop en Paul              2 punten
3 t/m 5:  Albert ,Robbie en Chiel:  1 punt

Probleem van 24 januari 2011, ronde 1

Zwart aan zet wint












Probleemcompetitie aarzelend op gang.

Afgelopen maandag (24 januari) begonnen we met een competitie Oplossen van Problemen. Vanaf die datum tot aan het eind van het seizoen zal er aan het begin van elke clubavond een probleem aan ons demonstratiebord hangen.
Goede oplossingen worden beloond met 1 punt, de oplosser met de meeste punten krijt een fles wijn.
Afgelopen maandag hadden slechts drie aanwezigen een oplossing op het daarvoor bestemde formuliertje genoteerd.
Naast onwennigheid zal ook een rol hebben gespeeld dat het probleem meer een partijstelling was die moest worden uitgespeeld dan een probleem.
Maar al doende leert men en vanaf nu kunnen jullie heuse echte problemen verwachten.
Van de drie oplossingen waren er twee die de goede eerste zet hadden gevonden en daarom ziet het klassement er na één speelavond als volgt uit:

Joop en Paul:    1 punt.
De rest:         0 punt.