barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Probleem 14


Het probleem van 25 januari 2016

Arkhipkin – Kuznetsov, Kiev 1980


Wit begint en zet mat.





Eén van de aardige kanten van schaakspel is, vind ik, dat het zo’n vriendelijk en ruimhartig karakter heeft. Je vraagt je gaande je partij af hoe je de stelling het liefst zou willen hebben,
en zie, het schaakspel biedt je de mogelijkheid je wens te realiseren. In ruil daarvoor vraagt het slechts een kleine tegenprestatie: goed kijken, goed nadenken.
In bovenstaand diagram zal een ieder die enigszins vertrouwd is met matpatronen meteen zien dat het, als die pion op h7 er niet zou staan,  middels 1. Th8 mat in één zou zijn. Die pion moet dus weg. Maar slaan op h7 leidt tot niks omdat de Dame niet naar h5 kan. Misschien moet pion g6 dus eerst weg.
Ook zou je kunnen wensen dat je die pion g6 weg krijgt, omdat 1. Tg3 dan tot mat leidt. (forceren van toegang).  Nu is wel duidelijk dat de werking van deze kleine rakker worden moet worden uitgeschakeld.
Maar wat is dat nu? Dame c5 dekt ook veld h5 en haalt  1 Dh5 met dubbele matdreiging (via de h- of de g-lijn uit de stelling. De Dame moet dus van de vijfde rij af.! Maar dat is niet moeilijk! 
1. b4! (wegjagen, deflecting in het Engels), Dxb4 ( 1…, Dh5; 2. Dxh5, gxh5;
3. Tg3 leidt tot snelle mat, 1. .., De5; 2. Lxe5,  dxe5 tot langzame wurging); 2. Dh5,  ( en nu is het zowel na 2. .., De1 als na 2. .., h6 en 2. .., gxh5 mat in 5. Omdat het de meest principiële zet is, kiezen we voor) 2. .., gxh5; 3. Tg3+, Lg7; 4. Txg7+, Kf8  (4. .., Kf8; 5. Tg6#);
5. Txh7 en mat is niet meer te vermijden.

Oplosklassement:

 1.     Fred                           8 punten
 2.     Henk                         5 punten
3       Robbie en Erik V        4 punten
4/5    Albert                        3 punten
6/7    Joop en FrankS           2 punten
8.      Tony                          1 punt

Probleem 13


Het probleem van 11 januari 2016


Abrosimov – Ambainis, 

Daugavpils 1975


Wit begint en wint.


Als jullie eerder op de avond bij de jeugd aanwezig waren geweest, dan hadden jullie kunnen horen hoe daar het thema ‘Matzetten door het forceren van toegang’ werd behandeld. Dat had jullie dan heel wat hoofdbrekens gekost, want dat is het thema waarom het ook in deze stelling draait. In één van de eerste voorbeelden aan de hand waarvan je die tactiek uitlegt, staat de zwarte Koning op h8 en er staan pionnen op f7, g7 en h7. Wit heeft een Dame op de diagonaal b1 – h7, een Paard op e7 en een Toren op een veld van waarruit hij naar de h-lijn kan. Wat je op het spoor van de ontknoping in de partij Abrosimov – Ambainis zou kunnen zetten, zijn de positie van Paard e7 dat de vluchtvelden g8 en h6 onder controle heeft, en die van de witte Dame, die in een opening in zwarts verdediging kan forceren. Wat Wit mist, is een Toren waarmee hij na Dxh7 naar de h-lijn kan. Dat Td1-d3-h3 te traag gaat is duidelijk. Wat ook niet werkt, zoals Robbie dacht, is meteen inhakken op h7. 1. Dxh7, Kxh7; 2. Txd4 en na 2. .., g6 heeft Wit niets meer (in elk geval geen Dame). Toch was ie dichtbij de goeie oplossing: de winst moet van Toren d5 komen. Maar die Toren staat toch helemaal ingesloten? Jaja, zeker, het pionnetje e5 beperkt hem inderdaad in zijn bewegingsvrijheid. Gelukkig herinneren we ons uit Stap 2 dat gepende stukken slechte verdedigers zijn. Pion e5 verdedigt Paard d4 en mag niet van zijn veld weg vanwege Th5. Omdat zo’n klein ding niet van alles tegelijk kan, zal het moeten kiezen welke taak het zal opgeven. De winnende zet is derhalve 1. Txd4. Wordt er niet geslagen, dan is Ambainis zijn Paard kwijt, slaat ie wel. Dan gaat ie mat: 1. .., exd4; 2. Dxh7+, Kxh7; 3. Th5#.

Oplosklassement:
1       Fred                          7 punten
2.     Henk                         5 punten
3 Robbie                       4 punten
4/5    ErikV en Albert           3 punten
6/7    Joop en FrankS            2 punten
8.      Tony                         1 punt

Probleem 12

Het probleem van 4 januari 2016

Wit begint en wint 

(zeer overtuigend).








Het eerste probleem van dit nieuwe jaar was meteen een hersenkraker. Velen bogen zich erover, alleen of in groepjes, maar er was er slechts één die een oplossing inleverde en die was fout.
Laat ons zien wat toch het probleem was.
We kijken eerst naar de stelling van Zwart. Materieel gezien mag die niet klagen: een kwaliteit + een Dame voorsprong.  Daar staat tegenover dat zijn stelling uitermate beroerd is.
Zijn Torens doen niet mee, zijn Koning staat nog op een open e-lijn en er dreigt Paardverlies.
Wit heeft dan wel beduidend minder materiaal, maar het materiaal dat ie heeft, staat verwoestend opgesteld. Zijn twee Lopers zijn regelrechte moordenaars, er dreigt exf7+ waarna de e-lijn open ligt voor de Toren en na 1. exf7, Kd7; komt de zwarte Koning binnen het bereik van het Paard dat nu nog vredig op f3 staat. Dat Zwart nog niet gewonnen heeft en dat zijn Koning het zwaar te verduren krijgt, lijkt mij wel duidelijk.
De eerste zet ligt voor de hand: 1.exf7+, Kd7;.  Als je nu inziet dat de Koning niet via d7, c8  moet kunnen ontsnappen, ligt de volgende zet ook voor de hand en daarna volgt de ene logische zet de andere op: 2. Le6+, Kc6;  nu is de Koning binnen het bereik van Paard f3 gekomen, dus: 3.Pe5+, Kb5; Nu moet er zo schaak worden gegeven dat de Koning niet naar a6 kan: 4. Lc4+, . Nu kan de Koning naar a4 of naar a5 en in beide gevallen is het mat in twee. 4. .., Ka4; 5. axb3+, Ka5; 6. Lb4#,  Ka5; 5. Lb4+ , Ka4;  6. axb3#
Een zeer overtuigende winst, dus.

Oplosklassement:

1       Fred                      7       punten
2/3    Henk en Robbie     4      punten
4/      EricL                     2½   punt
7/8    Joop en FrankS      2      punten

Probleem 11


Het probleem van 21 december 2015


Dikchit – Kaliansundaram, India 1964

Geef vleugels aan pion e7. 

(Geef de eerste drie zetten )




De opdracht is wat poëtisch verwoord, maar het lijkt me duidelijk wat de bedoeling is: pion e7 moet promoveren. Dat lukt alleen als Toren e8 gedwongen kan worden tot TxTf8 zonder dat ie de mogelijkheid heeft pion e7 te slaan. En Tf8 kan alleen maar dwingend zijn als die zet met schaak gepaard gaat. En dat betekent dat de Koning van Zwart naar de achterste lijn moet.1. La4 ligt voor de hand, maar die zet faalt op het antwoord1. .., Ld6. 1 La4 is dus de eerste zet niet. Het probleem voor Dikchit is dat ie er voor moet zorgen dat Kaliansundaram geen Ld6 of Koning g6 moet kunnen spelen, want in beide gevallen hangt pion e7. Maar dit inzicht biedt, mede gelet op het voorafgaande,  ook een aanknopingspunt: 1. Lc2+.  Kg8; (verplicht, want  op h8 gaat ie mat). De Koning staat nu daar we waar we hem wilden hebben, dus: 2. Tf8+, Txf8; . Nu moet de Koning die we eerst naar g8 hebben gejaagd, weer van dat veld worden weggejaagd: 3. Lb3+  en pion e7 promoveert.

Oplosklassement:
  1.  Fred                           7 punten
2/3  Henk en Robbie        4 punten
4/5  ErikV en Albert        3 punten
6.     EricL                        2½ punt
7/8   Joop en FrankS        2 punten

Probleem 10

Het probleem van 14 december 2015

 G. Zhuravlev – A. Romanov,  Kalinin 1952

Wit zal na:

1. Lxf6+, Dxf6; 2. Lxf5  heus wel winnen.

Maar er is een snellere manier.


Het eerste wat aan de stelling zal opvallen, is de fijne positie van  Toren g1 op een open lijn.
Het tweede is dat de Koning van Zwart nergens heen kan.
Al gauw zul je zien dat die Loper op c4 ook een lekker stuk is. Dwars door Loper f6 kijkt hij naar de Koning op h8. Loper f6 daarentegen is een minder fijn stuk. Dat staat dan wel trouwhartig de diagonaal te verdedigen, maar het is ook gepend. En als we dit hebben ingezien, is de oplossing niet moeilijk meer.
  1. Dg5 (stap 1: tweevoudige aanval), d5; 2. Dg7+ (jaagt de Loper weg uit de bescherming van zijn Dame), Lxg7;  3.Lxg7+, Kg8; 4. Lf6#

Oplosklassement:

1      Fred                          6 punten
2/3   Henk en Robbie        4 punten
4/5   ErikV en Albert        3 punten
6.     EricL                         2½ punt
7/8   Joop en FrankS         2 punten

Probleem 9

Het probleem van 30 november 2015

(Ormos - Batoczk, Boedapest 1951)

Er dreigt mat op h7.
Zwart staat twee pionnen achter.
Maar hij is aan zet!!

Geef zijn eerste 4 zetten.



Wit staat dus zo verloren als wat.
Zetten als 1. .., Th8 en 1. .., Dxf2 brengen geen uitkomst, voor redding zal uit een ander vaatje moeten worden getapt.
Een aanknopingspunt daarvoor biedt de positie van de zwarte Koning en die van de twee pionnen op f6 en g5. Zouden de Toren, de Dame en het Paard van Batoczk niet op het bord staan, dan is het, met Zwart aan zet, remise, want pat. Zwart moet dus van die stukken zien af te komen. Ook is duidelijk dat Batoczk meteen met schaak moet beginnen, omdat ie anders mat gaat. De vraag is dan: doen we dat met de Toren of de Dame? Nu kunnen we gaan rekenen, bijv. 1. Dc1+,  2. Dh1+, 3.Tb1+ , 4. Th1+ enz. en als we dat goed en diep genoeg kunnen zullen we zien dat dit niet tot het gewenste doel leidt, maar we kunnen ook globaler te werk gaan en denken: die Toren op b8 doet nog niets en de dame kunnen we nog wel eens nodig hebben bij een schaakje met het Paard, de Dame staat al dreigend op de tweede rij en als stuk alleen is een Dame natuurlijk veel dwingender dan één van de twee andere.
Dus: 1. Tb1+, Kh2;
Maar wat nu?
Wie in Stap 4 het hoofdstuk ‘Jagen en richten’ met begrip heeft doorgenomen, zal al snel zien dat dit thema zich ook hier aandient. Met de Koning van Ormos op h1, komt Pg3+ met tweevoudige aanval (Stap 1) op de Dame in de stelling. Na Kh2 sla je de Dame en na fxg3 is duidelijk waarom we die Dame op de tweede rij hebben laten staan.
Dus, nogmaals,
1 …. ,Tb1+; 2. Kh2, Th1+ (richten); 3. Kxh1, Pg3+!; 4. fxg3 (Kh2? Pxf5), Dxg2+; 5. Kxg2, pat!!
Velen bogen zich over dit probleem het hoofd, alleen Robbie vond de oplossing, alleen deed die er een zet langer over: 4. …, Dc1+; 5. Kh2, Dh1+; 6. Kxh1 en ook pat.

Oplosklassement:
  1.    Fred                           5  punten
2/5. Robbie, ErikV,
 Henk, Albert             3 punten
6.    EricL                         2½ punt
7/8. Joop en Frank S        2 punten

9.    Robbie                       1 punt


probleem 8


Het probleem van 16 november

Wit begint. 

Mat in zes!





Waar het in deze stelling natuurlijk om gaat is: hoe blaas je een rokadestelling op.
Dat doe je, als je stukken tenminste op de goeie velden staan, zo.
Aangezien het mat moet worden, en ook omdat Wit zijn Dame en Paard e5 niet wil verliezen, ligt de eerste zet voor de hand: 1. Lh7+, Kh8;. Ik had dus ook deze stelling als uitgangspositie kunnen nemen met de opdracht: ‘Mat in 5’.
Nu zijn er drie manieren om schaak te geven: tweemaal op g6 en eenmaal op f7. Na geeft niet welk Paard 2. Pg6+, volgt fxg6 en de zwarte Koning kan vluchten via f7.  Na 2. Pxf7+, Txf7, zit de zevende rij weer dicht. Maar geven we dan niet zo maar een Paard weg? Tja. Voordat we deze zet doen, kijken we even wat Pg6+, Kxh7 oplevert. Als we nu zien dat Dame c2 door het Paard heen naar de zwarte Koning loert, en dat na het aftrek-/dubbelschaak 4. Pf8 het Paard vanaf f8 veld f7 toegankelijk maakt voor zijn Dame, dan zien we genoeg. 
Dus:
  1. Lh7+, Kh8; 2. Pxf7+, Txf7; 3. Pg6+, Kxh7; 4. Pf8+, Kg8; 5. Dh7+, Kxf8; 6. Dh8#.
Wel grappig om te zien hoe de Koning van Zwart eerst naar voren werd gelokt om onder het bereik van de Dame te komen een vervolgens door haar werd opgejaagd naar een veld waar het matnet zich sloot.

Oplosklassement:

1  Fred                                             5 pnt
2  Robbie, ErikV, Henk, Albert      3 pnt
6  EricL                                           2½ punt
7  Joop en Frank S                          2 punten


Het probleem van 2 november 2015


Wit aan zet wint.

Mieses – Von Barleben, Barmen 1905


Voor de hele partij KLIK HIER






Zwart dreigt zowel 1. .., Txg2+ als 1. .., Txf3. 
Mieses zal dus snel en dodelijk moeten toeslaan om deze dreigingen te pareren. Dat het aftrekschaak c6 – c7+ hierbij een sleutelrol zal spelen , ligt nogal voor de hand.  Ook is het niet moeilijk om in te zien dat  het mat is als die Toren op g8 er niet zou staan en pion c6 de achtste rij bereikt. Die Toren moet dus weg of worden uitgeschakeld. Dit ingezien hebbend is de oplossing niet moeilijk meer.

  1. De8+, Txe8 (1. .., Lxe8; 2. c7+, Txf3; 3. C8D#); 2. Txe8+, Lxe8; 3.  c7+, Txf3; 4. C8D#.
Het mat kun je ook bereiken met 1. c7+, Txf3; 2.De8+ enz.
Deze opgave was, lijkt me, niet erg moeilijk, maar ik heb haar gekozen omdat ze zo aardig illustreert dat niet een materiaalverhouding doorslaggevend  hoeft te zijn, maar dat het gaat om waar dat materiaal toe in staat is. Hier vernietigt een goed opgestelde lichte brigade een massieve pantserbrigade.

Oplosklassement:

1     Fred                               4    pnt
2/3  Robbie, ErikV               3    pnt
4     EricL                             2½ pnt
5-7  Albert, Henk ,               2    pnt
8     FrankS                          1    pnt

Probleem 6 van 26 oktober 2015


Schiffers – Chigorin, 

(St. Petersburg 1897)

Zwart zag het mat in 5 of 6 over het hoofd 
en de partij eindigde in remise.


Voor de hele partij KLIK HIER




















Kijken we naar de materiaalverhouding, dan zien we dat Schiffers goede zaken heeft gedaan: hij staat  een Dame tegen een Loper en een pion voor. Kijken we naar zijn stelling, dan constateren we dat die vrij beroerd is, behalve een schaakje met zijn Dame op a8, heeft hij geen stuk waarmee hij iets dreigt. Ook de positie van de witte Koning is verre van rooskleurig. Op de f-lijn wordt hij ingesloten door zijn eigen stukken, de h-lijn ligt open voor Chigorin, alleen Paard g3 kan hem als verdediger ter zijde staan.
Chigorin mag dan materieel achterstaan, zijn stukken staan uitstekend. Met name zijn twee Lopers die de diagonalen voor de Koning bestrijken, zijn levensgevaarlijk. Ook de toegankelijkheid van de h-lijn voor zijn Torens vormt een reële dreiging. Zou Paard g3 daar niet staan, dan was het mat in één.
De stelling lijkt sterk op die stellingen waarin je een Toren offert op h1 en daarna met de andere Toren op h8 verschijnt om vervolgens op h1 mat geven. Maar dat werkt hier niet vanwege 1. .., Txh1; 2. Pxh1, Th8; 3. Pf3.   

Het probleem van deze maandagavond komt uit een partij die tot de verzameling “onsterfelijke” behoort. Chigorin offerde hierin op zijn 11de zet zijn Dame om de h-lijn te openen, nadat Schiffers een zet daarvoor een Paard had geofferd om een penning op de Dame mogelijk te maken. Chigorin ging daarop, en passant nog een Paard offerend,  in de aanval en bovenstaande stelling werd bereikt na de 22ste zet van Schiffers. In de partij ging het als volgt verder:
22. .., b6; 23. Le3, Pf5; 24. f4,  en na 30 zetten werd er remise overeengekomen. Opmerkelijk en leerzaam vind ik hieraan dat ook zo’n meester als Chigorin op het beslissende moment een stapje terug doet om een dreiging te pareren in plaats van door te gaan met dat waarmee hij bezig was, nl. het verpulveren van Schiffers. Als excuus voor Chigorin kan natuurlijk worden aangevoerd dat niemand hem in zijn oor fluisterde: ‘Hé meester, opletten nou want er zit mat in zes in de stelling!’
Terug nu naar het probleem.
Als er maar één verdediger is moet die worden uitgeschakeld. Dat kan door hem te slaan:
22. ..,  Lxg3, maar dat is hier geen optie, want na 23. fxg3 krijgt de Koning een vluchtveld.
Het kan ook door de verdediger van zijn functie te ontheffen door hem buiten spel te zetten.
En omdat de opgave impliceert dat we schaak moeten geven, ligt de eerste zet voor de hand:
  1. .., Th1+; 2. Pxh1, .  Willen we nu nut van Toren d8 hebben,  dan moet de Koning van Schiffers naar de h-lijn worden gelokt, naar h2 dus. Staat hij eenmaal daar, dan is er geen weg meer terug en kan hij dankzij Loper c6 alleen via de zwarte velden voorwaarts, waar hij wordt opgewacht door Paard e7. (Hé, is dat geen magneetcombinatie? Ja, dat wordt het) 2. .., Lh2+; 3. Kh2, Th8+; 4. Lh6, Txh6+;

5. Kg3, Pf5+; 6. Kf4/g4, Th4#.  

Probleem 5 van 19 oktober


Wit bereikt een gewonnen eindspel. 

Geef de eerste twee zetten.




Bukic – Marovic, Joegoslavië 1968



Voor de hele partij KLIK HIER









Als Wit wil winnen, zal hij iets moeten ondernemen. (Zou Zwart aan zet zijn, dan wordt het remise.) Het zal opvallen dat Bukic weinig zetmogelijkheden heeft. De Koning staat opgesloten op de eerste rij, de pionnen op de Koningsvleugel doen even niet mee, de d-pion is geblokkeerd door de koning van Marovic en speel je de pion op a7 op, dan ben je hem kwijt. Het enige stuk waarmee iets zinnigs kan worden gedaan is dus de Toren. Veel keus heeft die trouwens ook niet: na elke zet op de d-lijn gaan zijn twee vooruitgeschoven pionnen er aan, zonder dat hij er iets mee opschiet. Zo blijven er vier velden op de 6de rij over. De velden c6 en e6 vallen af (Koning slaat pion en valt Toren aan). Toen waren er nog twee: b6 en f6.      Het goeie veld vind je al snel als je ziet dat de stelling vol potentiële penningen zit. Met de zwarte Toren op a7 en de Koning op d7 wint Tf7.  Ook zou je kunnen zien dat als je vanuit de beginstelling meteen Toren f8 zou kunnen spelen, dat ook gewonnen is. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat 1. Tf6 de winnende zet is.
Bijv.:
  1.   Tf6, Kxd7;  2. Tf8, Txa7;    3. Tf7 , Ke7 ; 3. a8  .

     1.    Tf6, Txa7,   2. Tf8+, Kxd7; 3. Tf7

Niet werkt: 1. Tf6, Kxd7; 2. Tf2, … Zwart slaat nu niet op a7, maar loopt er met zijn Koning heen.

Oplosklassement:
  1.           Fred                               3  punten
  2.           EricL                             2½ punt
     3,4          Robbie, ErikV                2  punten
     5,7         Albert, FrankS, Henk     1 punt

Probleem 4 van 5 oktober 2015

(Fischer – Mjagmarsuren, Sousse 1967)

Fischer wist dit te winnen. Kunnen jullie dat ook??

In schaakboeken geschreven door coaches die het beste met je voor hebben, wordt  je regelmatig verteld dat ontwikkeling vóór materiaal gaat.  Bovenstaande stelling uit de partij
Fischer – Mjagmarsuren is daar een mooi voorbeeld van. Fischer staat twee pionnen achter, ziet promotie van de c-pion op zich afkomen.  maar ruimt zijn tegenstander toch in een paar zetten op.  Hoe kan dat? Dat kan het beste zó: door eens te kijken wat de stukken die Fischer heeft daar staan te doen op het bord.
Wit dreigt op het eerste gezicht snel mat te kunnen geven met 1.Dh6, 2. Dg7. In feite is dat natuurlijk geen dreiging, want met het simpele Df8 kan Zwart de dreiging afwentelen.  Daar hoeven we dus niet naar te kijken. Interessanter is het te kijken naar de witte Loper  op f6. Die legt een gedeelte van de zwarte verdedigers lam en beheerst alle zwarte vluchtvelden van de Koning. Ook de Loper op g2 verdient nadere aandacht. Die bestrijkt nu een diagonaal waarop geen vijandelijk stuk te bekennen valt, maar na Le4 beheerst hij de witte velden voor de Koning Dan kijken we naar de Toren op h4. Die lijkt daar misschien wat buitenspel te staan, maar wie, ik blijf het maar herhalen, Stap 3 met goed gevolg heeft doorgenomen, herkent meteen het matbeeld met die \Toren op h8.   En dat geeft een aanknopingspunt: de pionnen h5 en h7 moeten misschien wel van hun lijn af. Tot slot dient opgemerkt te worden dat voor de Koning van Mjagmarsuren de enige mogelijkheid tot ontsnappen een route via de witte velden kan liggen (maar om dat te voorkomen hebben we Loper g2 dus achter de hand).
Nu weten we genoeg. Eerst de h-lijn openen. Na 1. hxg6, fxg6; blijft h7 in de weg staan. H7 moet er dus eerst af. 1. Dh6, Df8; 2. Dxh7+, Kxh7; 3. hxg6+, Kg6 (na 3…, Kg8 is 4. Th8 mat en nu wordt de Koning naar voren het matnet ingelokt); 4. Le4#.
Deze matvoering leverde verrassend veel goede oplossingen op. Aan het eind van de avond werd er nog diep nagedacht over de vraag of het ook mat zou worden na 1. hxg6, fxg6; 2. Txh7,.  Het antwoord luidt simpel: totaal niet. Zwart antwoord niet met 2. .., Df8 of Ld3 of g5, maar slaat gewoon Txh7 met zijn Toren die op a7 staat en na 1…, f6 in het spel is gekomen. En daarna kun je het schudden als Wit.

Oplosklassement:
  1.            Fred                               3  punten
2/3.         Robbie, ErikV               2 punten

4.            EricL                              1½ punt

5 t/m 7   Albert, FrankS, Henk     1 punt

Probleem 3 van 28 september 2015


Wit aan zet geeft in maximaal 5 zetten mat.


Als je met je partij bezig bent, is het maar de vraag of je ziet dat er mat in 5 in de stelling zit.
Nu we deze voorkennis hebben, hebben we ook meteen een aanknopingspunt om ons denken richting te geven.
Kijken we naar de stelling, dan valt meteen op dat de zwarte Koning geen stukken heeft die hem verdedigen en dat Wit drie potentiële aanvallers heeft. Verder zou kunnen opvallen dat de zwarte monarch alleen zwarte velden heeft om te bewandelen.
Kijken we naar de stelling van Wit, dan zien we dat Bogdanovic  over een Toren beschikt die, als de Koning van Suetin op de g-lijn verschijnt, daar ook meteen op gaat staan. Verder  is het goed om de stille kracht van pion f4 in te zien. Dat kleine ding staat daar prachtig. Kun je de Koning naar voren lokken, dan dient de pion als obstakel voor de Koning en als steunpunt voor Toren en Dame. Tot slot: na 1. Db8+ (wat anders?) moet er steeds schaak worden gegeven, anders gaat Wit mat achter de paaltjes. (Dit is het gebruik maken van onze voorkennis).
Dus:  1. Db8+, Kd6; Nu moet de Koning middels schaak naar voren worden gelokt. Veel keus is er niet, 2. Lf6+, Kxf6;  En nu kunnen we hem verder opjagen naar velden waar hij niet graag heen wil: g6, g7 of f5. 3. Dd8+, en hier gaf Suetin op, want mat is onafwendbaar.
3. …, Kg6; 4. Dg5#
3. …,  Kf5: 4. Dg5+, Ke4; 5. De5#
Na 3. …, Kg7 blijkt de matvoering toch nog één .zet langer te duren:
3. …, Kg7; 4. Tg3+, Pg4; 5. Txg4+, Kh6;  6. Dg5# of Dh4#

Dit naar door middel van een offer naar voren lokken van de vijandelijke Koning met het doel hem binnen het bereik van de eigen stukken te krijgen, is een techniek die bij matvoeringen vrij vaak kan worden toegepast. Nu jullie dit gezien hebben, kunnen en durven jullie dit voortaan ook.

Oplosklassement:

  1. Erik V, Fred                           2 punten
  2. Robbie, Albert, Frank S         1 punt.

6.   EricL,                                     ½ punt.

Probleem 2 van 21 september 2015

Wit begint, mat in 5.

Wit staat een stuk achter, dus als ie nog winnen wil moet er van dik hout planken worden gezaagd.
Wat aan de stelling opvalt, is dat de zwarte Koning alleen beschermd wordt door drie pionnen op een rij. Verder valt op dat de twee Torens van Wit in een mum van tijd naar de open a- en b-lijn kunnen worden verplaatst. Zouden de pionnen op a7 en b7 er niet staan, dan was het mat.Tenminste, als Paard b 5 niet in de weg zou staan. We moeten dus kijken of, en zo ja hoe, we de a-en b-lijn kunnen openen voor de Torens. De zet 1. Pc6+ ligt voor de hand: dreigt mat en lokt een pion naar voren waardoor er een muurtje ontstaat waar de koning nog maar omheen moet zien te lopen.  Voor het opruimen van de a-pion is er maar één zet: 2. Dxa7
Nu, met de Koning op a7, kunnen de torens in actie komen. Dat na 3. Ta1+ .en 4.Tb1+ de Koning op c5 terechtkomt valt ook nog wel te zien. Maar hoe verder. Als je ziet dat de Koning vanaf c5 naar geen enkel veld zonder zichzelf schaak te geven, weet je dat het mat is als je schaak geeft.
Samengevat:
  1. Pc6+, bxc6; 2. Dxa7+, Kxa7; 3. Ta1+, Kb6; 4. Tb1+. Kc5; 5. Ta5#
EricL deed het iets anders: 1.Pc6+, bxc6; 2. Tb1+, Ka8; 3. Dxa7+, Kxa7; 4. Ta1+, Kb6; 5.Thb1+; Kc5; 6. Ta5#.  Maar dit is mat in 6 en de vraag was mat in 5. Een half punt voor Eric, derhalve.

Oplosklassement:

  1. Erik V, Fred, Robbie, Albert, Frank S          1 punt.
6.   EricL,                                                            ½ punt.

Probleem 1 van 14 september 2015

Wit begint en wint.

Wit staat een volle toren achter, maar de Toren van Zwart op a8 doet niet nog niet mee. Verder valt natuurlijk op dat de Toren van Wit op b5 gepend staat. Anderzijds, als die Toren ergens op zo’n manier heen kan dat ie iets dodelijks dreigt,  dan wint Wit de zwarte Dame.
De vraag wordt nu of er zo’n zet is. Het antwoord op die vraag wordt wat makkelijker als je het arsenaal aan tactische trucs (uitschakelen van een verdediger, forceren van toegang, lokken, penning enz.) paraat hebt, al biedt dat geen garantie voor de oplossing..
We kijken nog eens naar de stelling. De Koning van Zwart staat uitermate beroerd en kan geen kant uit. Zou je hem op h8 kunnen krijgen, dan staat Lg7 gepend en kan niet terugnemen als je op h6 zou kunnen inslaan. Je krijgt de Koning op h8 door Pg5+, maar dat wordt verhinderd door pion h6. Die pion moet je dus ook zien te pennen.  En waaratje, dat kan.
  1. Th5!,  (indien nu gxh5 dan 2.Dxh4 en Wit wint), Dxd7; 2. Pxg5+, Kh8 (daar gaat ie); 3. Txh6#.

Oplosklassement:

  1. Erik V en Fred           1 punt.

probleem 20


Kan wit de zwarte aanval pareren?

(Luchovsky – Gridnev) 

(correspondentiepartij, 1976)

Zwart lijkt hier de winst al op zak te hebben. De Dame van Luchovsky moet weg maar kan niet weg vanwege mat. Slaan op d5 verliest natuurlijk ook. Ook 1. Td1 lijdt na 1. …, De6 tot materiaalverlies.  Kon Wit nu maar Tc8+ spelen…., maar dat wordt door Dame h3 verijdeld. Maar met dit inzicht gewapend kunnen we kijken hoe de werking van die lastpost kan worden uitgeschakeld. En als we zover zijn, dan zien we al gauw dat 1. g4 !! de winnende zet is.
 
Moraal van dit verhaal:   hoop doet leven en dromen zijn er om te verwerkelijken.

Velen wilden aanspraak maken op genialiteit, alleen Fred maakte die aanspraak waar.

Eindstand oplosklassement:

1 EricL                13 pt
2 Joop                   8 pt
3 EricV                  6 pt
4 Henk                  5 pt
5 Fred                   4 pt

6 Joke, Albert       3 pt.