barend ubbinkweg

barend ubbinkweg

Probleem van 2 mei, ronde 10


Wit geeft mat in drie of vier












Zoals dat gebruikelijk is  geworden,  gaf ook deze opgave weer aanleiding tot veel
gepieker, discussie en trial and error. Wat de eerste zet zou moeten zijn, was voor een ieder duidelijk.
1.     Txh6+,
Nu zijn er voor zwart twee mogelijkheden: met de pion slaan of met de Koning. Dat het slaan met de Koning tot mat moest leiden, zag een ieder wel in. Maar niemand keek verder hoe dat dan in de praktijk zou moeten. Ik geef eerst deze variant en noem hem A.

A: 1. , Kxh6; 2. Dg5+, Kh7; 3. Dh4+, Kg6; 4. f5 mat.

Aller aandacht richtte zich dus op het slaan met de pion. Maar welke variant men ook probeerde, alles liep stuk op 2. …, Dg7. Totdat, heel laat op de avond, bij Paul het licht doorbrak. “Dat Paard op f6 moet daar weg”,  en het klonk alsof het orakel van Delphi
tot ons sprak, ‘want dan komt Loper b2 erbij.’ En zo was het maar net. Weglokken van een verdediger, het openen van lijnen, pennen, bijna altijd draait het bij stellingen die aan concrete partijen zijn ontleend om een van deze tactische wendingen of een combinatie daarvan. Volgt nu de oplossing van Paul die ik ter zijner ere P zal noemen.

P. 1. …, gxh6;  En nu moet dus dat Paard op f6 weg. Dat doen we niet door het te slaan en ook niet met Lg8+, maar met het vrij geniale 2. Dg8+, Pxg8 (gedwongen);  Loper b2 bestrijkt nu de zwarte velden, het Paard op g8 ontneemt de eigen Koning een vluchtveld en zo is
het mat na 3. Lf5.
Aardig, nietwaar?

Stand:

1:          Joop                           5 punten
2/3:        Albert en paul                 4 punten
4/5:        Patrick en Robbie              2 punten
6 t/m 8:    Ben, Chiel en Emile            1 punt